Ziekenvervoer

Niet-dringend liggend ziekenvervoer

Wie met een niet-acuut medisch probleem naar het ziekenhuis moet, bijvoorbeeld voor een onderzoek, en dat niet kan met gewoon vervoer, kan daarvoor een ambulancedienst voor “niet-dringend liggend ziekenvervoer” inschakelen.

Er zijn enkele grote aanbieders die meer dan 50.000 ritten per jaar doen, maar ook heel wat kleinere dienstverleners met maar één of een paar voertuigen. Wie een beroep wil doen op zo’n ambulancedienst, doet dat meestal via zijn ziekenfonds. Zij hebben contracten met een of meerdere aanbieders. Informeer u over de te verwachten kostprijs en eventuele tegemoetkoming (bij uw ziekenfonds) voorafgaandelijk aan het vervoer. Soms is een tussenkomst van het ziekenfonds alleen mogelijk als de aanvraag van het vervoer gebeurde via MUTAS (Mutualistisch Alarm- en Zorgcentrale België).

Vervoer van patiënten met het coronavirus COVID-19

Voor het vervoer van patiënten met het coronavirus COVID-19 moeten de nodige hygiënische beschermingsmaatregelen in acht worden genomen. De te nemen hygiënische beschermingsmaatregelen worden vermeld in de Fiche coronavirus COVID-19 voor ambulanciers op de website van Sciensano. Deze procedure wordt periodiek geactualiseerd. 

De bepalingen over 112 in de fiche zijn niet van toepassing binnen het niet-dringend liggend ziekenvervoer.

In de fiche wordt verwezen naar procedures (1 of 2) voor het reinigen van de ziekenwagen:

Het is raadzaam de updates actief te volgen. Het officiële kanaal voor de communicatie vanuit de overheden over het coronavirus is de website van Sciensano. Daar vindt u o.a. de gevalsdefinitie en de actuele procedures. 

Op 5 oktober 2021 heeft het Comité Hospital & Transport Surge Capacity (HTSC) beslist dat de maatregelen zoals die gelden voor openbaar vervoer toegepast moeten worden in het ziekenvervoer. Dit impliceert dat er geen reductie in capaciteit voor gemeenschappelijk vervoer meer nodig is. Tijdens het vervoer dragen patiënt en vervoerder nog het mondneusmasker.

Vergunde diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer

Vanaf 1 juli 2021 moeten ziekenwagendiensten vergund zijn om niet-dringend liggend ziekenvervoer te mogen uitvoeren. De regelgeving daarvoor werd bekend gemaakt op 27 maart 2019. De data voor de bepalingen van de regelgeving worden via eenpdf bestandTijdslijn NDLZ (95 kB) weergegeven. De ziekenwagendiensten hebben tot 30 juni 2021 de tijd om een vergunning te bekomen.

Update: In het Belgisch Staatsblad van 11 december 2020 werd het besluit van de Vlaamse regering van 20 november 2020 gepubliceerd waardoor de voorwaarden voor het bekomen van een machtiging als controle-organisatie worden aangepast. De periode van vergunning voor ziekenwagendiensten die op 11 december 2020 al een vergunning hebben bekomen, zal administratief verlengd worden. De ziekenwagendiensten zullen een aangepast besluit van de Administrateur-generaal ontvangen.

pdf bestandLijst vergunde ziekenwagendiensten (244 kB)

Handleiding om een vergunning te krijgen voor niet-dringend liggend ziekenververvoer.

Sinds 1 december 2019 kunnen ziekenwagendiensten een aanvraag doen tot controle en om een vergunning te krijgen

  1. Via dit formulier kan de ziekenwagendienst eerst een offerte vragen voor de controle bij de gemachtigde controle-organisatie. Het formulier is pas ontvankelijk als het op een correcte manier is ingevuld.
  2. Met hetzelfde formulier kan de ziekenwagendiensten daarna de controle ook effectief aanvragen. Op het moment dat de dienst de controle aanvraagt, moet ziekenwagendienst dit formulier ook doorsturen naar Zorg en Gezondheid, via NDLZ@vlaanderen.be.

Gemachtigde controle-organisaties

Gemachtigde controle-organisaties zullen controleren of de vergunde aanbieders van niet-dringend liggend ziekenvervoer voldoen aan de kwaliteitseisen. Kandidaat controle-organisaties die een machtiging willen bekomen, kunnen daartoe een aanvraag doen via NDLZ@vlaanderen.be.

De gemachtigde controle-organisaties zijn:

Erkenning en visum ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer vanaf 1 september 2020

Het Koninklijk Besluit van 14 mei 2019 betreffende het beroep van ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer bepaalt dat vanaf 1 september 2020 iedere ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer moet beschikken over een definitieve of een voorlopige erkenning en een visum.

Update: Op 9 oktober 2020 gaf de Vlaamse regering een principieel akkoord voor een besluit van de Vlaamse regering waardoor de volgende gezondheidszorgbeoefenaars, andere dan de ambulanciers niet-dringend patiëntenvervoer, die eveneens gemachtigd zijn om de technische prestaties van de ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer te stellen, toegelaten worden tot het niet-dringend liggend ziekenvervoer zonder dat zij effectief over een erkenning als ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer beschikken. Volgende gezondheidszorgbeoefenaars moeten daardoor geen erkenning als ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer vragen:

  • artsen
  • verpleegkundigen
  • vroedvrouwen, afgestudeerd voor 1 oktober 2018. 

Het besluit van de Vlaamse regering doorloopt nu de juridische procedure en is voor advies aan de Raad van State bezorgd. Op het moment dat het besluit van de Vlaamse regering gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad, zal dit hier gemeld worden.

Ambulanciers die vandaag al actief zijn kunnen een voorlopige erkenning aanvragen, hetzij omdat ze als beroepsambulancier actief zijn, hetzij omdat ze als vrijwilliger actief zijn. Deze voorlopige erkenning gebeurt op basis van een arbeidsovereenkomst op 11 juni 2019 als ambulancier niet dringend patiëntenvervoer of op basis van een bewijs van werkervaring van ten minste 1 jaar in de laatste vijf jaar voorafgaand aan 11 juni 2019.

Een voorlopige erkenning is vijf jaar geldig en kan door het slagen in een bijkomende opleiding van 40 uur worden omgezet in een definitieve erkenning. Artikel 5 van het K.B. van 14 mei 2019 betreffende het beroep van ambulanciers niet dringend patiëntenvervoer stelt dat deze aanvullende opleiding betrekking moet hebben op de technische prestaties bedoeld in artikel 4. De onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer formuleerde een pdf bestandadvies over de inhoud van deze aanvullende opleiding (159 kB) en een pdf bestandtoelichting (201 kB). Het advies van de onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer wordt voorgelegd aan de erkenningscommissie ambulancier niet dringend patiëntenvervoer. Van zodra de bevindingen van de erkenningscommissie bekend zijn, worden deze hier gecommuniceerd.

Kandidaat ambulanciers die niet in aanmerking komen voor een voorlopige erkenning, moeten slagen in een opleiding van 160 uur. Artikel 3, 1° van het K.B. van 14 mei 2019 betreffende het beroep van ambulanciers niet dringend patiëntenvervoer bepaalt de minimale inhoud van deze opleiding. De onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer formuleerde een pdf bestandadvies over de inhoud van deze aanvullende opleiding (491 kB) en een pdf bestandtoelichting (201 kB). Het advies van de onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer wordt voorgelegd aan de erkenningscommissie ambulancier niet dringend patiëntenvervoer. Van zodra de bevindingen van de erkenningscommissie bekend zijn, worden deze hier gecommuniceerd.

Er worden geen opleidingscentra vanuit de overheid aangeduid of gefinancierd. Elke instantie die dit wenst, kan één of beide opleidingen organiseren, mits voldaan wordt aan de wettelijk bepaalde minimale inhoud. Vragen omtrent de minimale inhoud van deze opleidingen kunnen gesteld worden aan de erkenningscommissie ambulancier niet dringend patiëntenvervoer, via paramedici@vlaanderen.be. Elke kandidaat ambulancier niet dringend patiëntenvervoer kiest zelf de organisatie waar hij/zij de opleiding wil volgen.

Na het slagen voor deze opleiding moeten een erkenning en een visum worden aangevraagd om het beroep van ambulancier niet dringend patiëntenvervoer te mogen uitoefenen. De inhoud van de gevolgde opleiding en de conformiteit met de wettelijke bepalingen hieromtrent worden beoordeeld door Zorg en Gezondheid, op advies van de erkenningscommissie niet-dringend patiëntenvervoer, op basis van de individueel ingediende aanvragen tot erkenning.

De voorlopige en definitieve erkenningen worden afgeleverd door het Team Zorgberoepen van het agentschap Zorg en Gezondheid. De procedure voor het aanvragen van deze erkenningen vindt u hier. Het visum wordt automatisch afgeleverd door de FOD Volksgezondheid. Hiervoor moet u geen bijkomende aanvraag doen.

Kwaliteitseisen voor niet-dringend liggend ziekenvervoer

Een onafhankelijke commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de ziekenfondsen, de ambulancediensten, het Vlaams Patiëntenplatform en de koepelorganisatie van ziekenhuizen heeft een protocolakkoord opgesteld met kwaliteitsnormen voor het Vlaamse niet-dringend liggend ziekenvervoer. Een van de kwaliteitsnormen is opleiding voor de chauffeurs en begeleiders bij het vervoer. De concretisering hiervan is in ontwikkeling.

De ziekenwagens voor niet-dringend liggend ziekenververvoer en "intermediaire" ziekenwagens zullen bepaalde uiterlijke kenmerken moeten dragen. De regelgeving voor de uiterlijke kenmerken van de ziekenwagens niet-dringend liggend ziekenvervoer is vermeld in een Besluit Vlaamse Regering. De uiterlijke kenmerken voor de "intermediare" ziekenwagens is nog in ontwikkeling, maar deze omzendbrief geeft alvast meer uitleg.

De onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer

De beleidsvoering voor het niet-dringend liggend ziekenvervoer gebeurt in nauw overleg met de betrokken stakeholders. Daartoe werd een onafhankelijke commissie opgericht.

De onafhankelijke commissie bestaat, naast de voorzitter, uit de volgende leden:

  • Eén vertegenwoordiger per ziekenfonds,
  • Eén vertegenwoordiger per dienst die op jaarbasis minstens 50.000 ritten niet dringend liggend ziekenvervoer uitvoert,
  • Eén vertegenwoordiger van het Vlaams Patiëntenplatform vzw,
  • Eén vertegenwoordiger van ZorgnetIcuro vzw,
  • Eén vertegenwoordiger van Zorg en Gezondheid.

Om aan de voorwaarde van 50.000 ritten niet dringend liggend ziekenvervoer per jaar te voldoen, mogen verschillende diensten zich groeperen en samen een vertegenwoordiger aanwijzen. Het aandeel ritten van een dienst kan maar door één vertegenwoordiger worden vertegenwoordigd.

De leden van de commissie worden voor zes jaar benoemd door de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

De personen die benoemd zijn als lid van de commissie vindt u hier.

Actueel

Eén van de opdrachten van de commissie is om duiding te geven bij de regelgeving NDLZ.

Daarnaast worden door de commissie problemen en vragen vanuit het werkveld behandeld.

Hoeveel patiënten mogen maximaal in één ziekenwagen worden vervoerd?

Recent kreeg de commissie de vraag naar de regelgeving over het maximaal aantal patiënten dat tegelijk in één ziekenwagen NDLZ kan vervoerd worden.

In de regelgeving worden geen expliciete aantallen vermeld. Het maximaal aantal te vervoeren patiënten wordt bepaald door het type voertuig en de gezondheidstoestand van de patiënt.

Maximum aantal patiënten in functie van het type ziekenwagen

Conform artikel 19 van het Besluit van de Vlaamse regering van 8 februari 2019¹ moet iedere ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer ten minste uitgerust zijn met een hoofdbrancard (1°) en twee zitplaatsen om een persoon comfortabel en veilig te vervoeren (4°). Alle zitplaatsen moeten uitgerust zijn met hoofdsteunen, rugleuningen en veiligheidsgordels. Veilig vervoer impliceert dus dat er geen patiënten kunnen vervoerd worden die geen mogelijkheid hebben om comfortabel hetzij op de brancard, hetzij op een correcte zitplaats, inclusief de mogelijkheid tot het dragen van een veiligheidsgordel, kunnen vervoerd worden. Immers, ook vanuit de wegcode is er een verplichte gordeldracht.

Het maximum aantal patiënten dat veilig kan vervoerd worden met een ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer is dus één patiënt op de brancard, vermeerderd met het aantal specifieke zitplaatsen min één, dat in de ziekenwagen aanwezig is. Concreet, in een ziekenwagen conform de minimumnormen met één brancard en twee zitplaatsen, kunnen maximaal twee patiënten tegelijkertijd vervoerd worden: één patiënt liggend op de brancard en één patiënt zittend op één van de twee zitplaatsen. De tweede zitplaats is voorbehouden voor de ambulancier die, in de sanitaire cel, toezicht houdt op de patiënt(en).

Maximum aantal patiënten in functie van de gezondheidstoestand van de patiënt

Het toezicht houden op de toestand van een patiënt is, als toegewezen technische prestatie, ingevoerd via het Koninklijk besluit van 14 mei 2019², een expliciete opdracht van de ambulancier niet dringend patiëntenvervoer. Artikel 2 van het decreet van 18 mei 2018³ bepaalt dat de patiënt die via het niet dringend liggend ziekenvervoer wordt vervoerd zich niet in een acute of acuut verergerende situatie mag bevinden bij de aanvang van het transport, maar dat er een hoge relatieve kans is dat er zich een acute verslechtering van de toestand kan voordoen door en tijdens het transport.

Bovenstaande bepalingen zijn belangrijk in de beoordeling of een patiënt individueel, dan wel samen met een andere patiënt kan vervoerd worden. Een patiënt die tijdens een transport complicaties doet verdient de volle aandacht van de ambulancier, het beschikbaar materiaal en de beschikbare ruimte in de sanitaire cel van de ziekenwagen. De beoordeling van de toestand van de patiënt gebeurt door de betrokken ambulancier, desgevallend in overleg met de behandelend arts van de patiënt.

Bovenstaande bepalingen betekenen ook dat een patiënt nooit als passagier, naast de chauffeur van de ziekenwagen, kan vervoerd worden. De ambulancier-chauffeur moet zich richten op het besturen van de ziekenwagen en alle aandacht op het verkeer richten, zodat er geen adequaat toezicht op de toestand van de patiënt mogelijk is. Ook de ambulancier in de sanitaire cel kan geen adequaat toezicht houden op een patiënt die naast de chauffeur zit. Dit maakt dat alleen een mantelzorger, die geen toezicht tijdens het transport nodig heeft, vooraan naast de chauffeur als passagier kan vervoerd worden.

¹ BVR van 8 februari 2019 houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer
² KB van 14 mei 2019 betreffende het beroep van ambulancier niet dringend patiëntenvervoer
³ Decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer

Kunnen via een ziekenwagen niet dringend liggend ziekenvervoer patiënten zittend vervoerd worden?

De commissie verneemt dat er problemen zijn waarbij politionele diensten, in het kader van de controles op de naleving van het taxidecreet, het vervoer van zittende patiënten in een ziekenwagen niet dringend liggend ziekenvervoer verbieden.

Vervoer van zittende patiënten in een ziekenwagen niet dringend liggend ziekenvervoer is toegelaten, mits de toestand van de patiënt dit toelaat en de patiënt(en) op een veilige manier vervoerd worden.

Conform artikel 19 van het Besluit van de Vlaamse regering van 8 februari 2019¹ moet iedere ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer ten minste uitgerust zijn met een hoofdbrancard (1°) en twee zitplaatsen om een persoon comfortabel en veilig te vervoeren (4°). Alle zitplaatsen moeten uitgerust zijn met hoofdsteunen, rugleuningen en veiligheidsgordels. Veilig vervoer impliceert dat patiënten gepositioneerd kunnen worden op een correcte zitplaats, inclusief de mogelijkheid tot het dragen van een veiligheidsgordel.

Het maximum aantal patiënten dat zittend, veilig kunnen vervoerd worden met een ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer wordt bepaald door het aantal specifieke zitplaatsen in de sanitaire cel, min één, dat in de ziekenwagen aanwezig is. Concreet, in een ziekenwagen conform de minimumnormen met één brancard en twee zitplaatsen, kan maximaal één patiënt zittend vervoerd worden. De patiënt wordt één van de zitplaatsen in de sanitaire cel gepositioneerd. De tweede zitplaats is voorbehouden voor de ambulancier die, in de sanitaire cel, toezicht houdt op de patiënt.

Patiënten kunnen nooit als passagier, naast de chauffeur van de ziekenwagen worden vervoerd. De ambulancier-chauffeur moet zich richten op het besturen van de ziekenwagen en alle aandacht op het verkeer richten, zodat er geen adequaat toezicht op de toestand van de patiënt mogelijk is. Ook de ambulancier in de sanitaire cel kan geen adequaat toezicht houden op een patiënt die naast de chauffeur zit. Alleen een mantelzorger, die geen toezicht tijdens het transport nodig heeft, kan vooraan naast de chauffeur als passagier kan vervoerd worden.

¹BVR van 8 februari 2019 houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer

Hoe kan een erkenning als intermediaire ziekenwagen worden bekomen?

Tijdens de vorige legislatuur werd voorzien dat er ziekenwagens niet-dringend liggend ziekenvervoer zouden worden aangewezen, die occasioneel kunnen worden ingezet voor dringend ziekenvervoer via het 112-systeem. De aangewezen ziekenwagens zouden daartoe een bijkomende erkenning als “intermediaire ziekenwagen” krijgen.

De erkenning als intermediaire ziekenwagen is een erkenning die bovenop de vergunning als ziekenwagen niet dringend liggend ziekenvervoer komt. De toewijzing van deze bijkomende erkenning gebeurt op het niveau van individuele ziekenwagens en is een exclusieve bevoegdheid van de federale overheid.

Actueel is er nog steeds geen regelgeving die de specifieke voorwaarden voor het bekomen van een bijkomende erkenning als intermediaire ziekenwagen bepaalt en de criteria voor de toewijzing ervan bepaalt.

In afwachting van de uitvaardiging van de regelgeving voor intermediaire ziekenwagens wordt aanbevolen dat ziekenwagendiensten die een vergunning niet dringend liggend ziekenvervoer hebben bekomen en een bijkomende erkenning voor (enkele) intermediaire ziekenwagen(s) willen komen, hiertoe een kandidatuur indienen bij de federale overheid.

Waar kan een permanente vorming of opleiding ambulancier niet dringend patiëntenvervoer worden gevolgd?

Artikel 14 van het Besluit van de Vlaamse regering van 8 februari 2019¹ bepaalt dat vanaf 1 september 2019 moet een ziekenwagen niet-dringend liggend ziekenvervoer bemand worden door twee ambulanciers niet dringend patiënten vervoer. Het Koninklijk besluit van 14 mei 2019² stelt dat een erkenning als ambulancier niet dringend patiëntenvervoer kan bekomen worden nadat men geslaagd is voor een opleiding van 160 uur. Bepaalde personen kunnen een voorlopige erkenning bekomen op basis van een overgangsregeling, waarbij deze kan worden omgezet in een definitieve erkenning mits het volgen van een aanvullende opleiding van 40 uur. Tenslotte wordt het behoud van de erkenning als ambulancier niet dringend patiëntenvervoer afhankelijk gemaakt van het volgen van een bijscholing van 8 uur per jaar.

Na het slagen voor deze opleiding moeten een erkenning en een visum worden aangevraagd om het beroep van ambulancier niet dringend patiëntenvervoer te mogen uitoefenen. De inhoud van de gevolgde opleiding en de conformiteit met de wettelijke bepalingen hieromtrent worden beoordeeld door Zorg en Gezondheid, op advies van de erkenningscommissie niet-dringend patiëntenvervoer, op basis van de individueel ingediende aanvragen tot erkenning.

Om de kwaliteit van een opleiding tot ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer te garanderen zijn, in het voorjaar 2021,  de ‘onafhankelijke Commissie NDLZ’ en de ‘erkenningscommissie ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer (ANDPV)’, samen met het ‘Vlaams Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, kwalificaties en studietoelagen’ een traject gestart om de beroepskwalificatie ambulancier niet dringend patiëntenvervoer uit te werken.

Op 8 juni 2021 keurden de onafhankelijke commissie NDLZ en de erkenningscommissie ANDPV het voorgestelde beroepskwalificatiedossier unaniem goed.  Het is een belangrijke stap in een traject dat hopelijk einde 2021 zal worden afgerond. Nadat de vereiste administratieve procedures zijn doorlopen, zal het dossier ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering worden aangeboden.

Eenmaal bovenstaand traject doorlopen is, kunnen er aanvragen voor erkenning op basis van de beroepskwalificatie ingediend worden bij de afdeling Vlaamse Zorgkas en Zorgberoepen van het Agentschap Zorg en Gezondheid:

  • Het Team Zorgberoepen, zal op basis van het advies van de erkenningscommissie ambulancier niet dringend patiëntenvervoer, de erkenning toekennen voor de aanvragen op basis van een bewijs van slagen voor de beroepskwalificatie. Na het verkrijgen van de erkenning als ambulancier niet dringend patiëntenvervoer, zal de federale overheidsdienst Volksgezondheid automatisch het visum afleveren. De voordelen van het behalen van de beroepskwalificatie liggen voor de kandidaat ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer in het verkrijgen van de erkenning en visum en de garantie op een kwalitatieve opleiding.

Daarnaast kan de erkenningscommissie getuigschriften van andere opleidingen aanvaarden, afgeleverd door opleidingsinstellingen die niet het voorgestelde kader van de beroepskwalificatie volgen, zolang voldaan is aan de minimale kwalificatievereisten uit het koninklijk besluit van 14/5/2019 betreffende het beroep van ambulancier niet dringend patiëntenvervoer.

In afwachting van het opstarten van deze opleidingen, verwacht in september 2022, zullen de onafhankelijke commissie NDLZ en de erkenningscommissie ANDPV ook de continuïteit van het niet-dringend patiëntenvervoer verder bewaken.

Meer informatie aangaande beroepskwalificaties is te vinden op:

¹ BVR van 8 februari 2019 houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer
² KB van 14 mei 2019 betreffende het beroep van ambulancier niet dringend patiëntenvervoer

Tariefzekerheid voor het niet dringend liggend ziekenvervoer?

In het Vlaams regeerakkoord is afgesproken dat de Vlaamse regering voor het niet dringend liggend ziekenvervoer tariefzekerheid voor de patiënt zal realiseren. Artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018¹ laat toe dat de Vlaamse regering minimale en maximale tarieven en de toegepaste criteria voor de berekening van de tarieven bepaalt.

Minister Beke, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, wil dit realiseren in samenspraak met de betrokken actoren. Hij heeft daarom een advies aan de commissie NDLZ gevraagd.

In voorbereiding op het formuleren van een advies over de tariefzekerheid, werkt de commissie momenteel aan een actualisatie van de kostprijs van het niet-dringend liggend ziekenvervoer, vertrekkend vanuit de studie door Möbius in juli 2018.

¹ Decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer

Klachten

Iedereen die klachten heeft over de dienstverlening van het niet-dringend liggend ziekenvervoer, formuleert deze best aan de betrokken ziekenwagendienst of de mutualiteit waarbij men is aangesloten.

Als de melder van de klacht oordeelt dat de klachtbehandeling door de betrokken ziekenwagendienst of de mutualiteit geen afdoende resultaat heeft, kan er een klacht worden gemeld bij de onafhankelijke commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer. Dergelijke klachten richt u aan NDLZ@zorg-en-gezondheid.be.