Vlaanderen bepaalt voor het eerst subquota voor arts- en tandarts-specialisten

  • 22 maart 2022

In juni vorig jaar werd het startschot gegeven van de Vlaamse planningscommissie. Deze commissie adviseert de Vlaamse Regering over de toegang tot de gezondheidsberoepen en stemt het medisch aanbod af op de specifieke Vlaamse noden. De Vlaamse Regering heeft voor het eerst sinds het deze bevoegdheid heeft de subquota voor het afstudeerjaar 2025 voor arts-specialisten en tandarts-specialisten bepaald. Bevoegd minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke heeft daarbij het advies van de Vlaamse planningscommissie integraal gevolgd.

De Vlaamse Planningscommissie adviseerde tot het maximum aantal kandidaten dat voor het jaar 2025 kan worden toegelaten tot de opleiding:

  • 50 voor geneesheer-specialist in anesthesie-reanimatie;
  • 20 voor geneesheer-specialist in de heelkunde;
  • 4 voor geneesheer-specialist in de neurochirurgie;
  • 19 voor geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde;
  • 122 voor algemeen tandarts;
  • 11 voor tandarts-specialist in de orthodontie;
  • 5 voor tandarts, specialist in de parodontologie.

De Vlaamse Planningscommissie bestaat uit drie kamers waarin verschillende experten zetelen en baseert haar adviezen op de gegevens die gepubliceerd worden door de Federale Planningscommissie. Met het bepalen van eigen Vlaamse subquota wil de Vlaamse Regering vooral een limiet zetten op disciplines waar er potentieel een te grote instroom is. Daardoor blijft er meer ruimte over binnen de federale quota voor andere disciplines waar (meer) groei wenselijk is. 

Minister van Welzijn en Gezondheid Wouter Beke: “Met deze goedkeuring voert Vlaanderen zijn eigen planning rond het medisch aanbod dat beter afgestemd is op onze specifieke noden. We willen hiermee een antwoord geven op een onevenwicht in deze opleidingen: voor bepaalde bijzondere beroepstitels is er een overaanbod, terwijl er voor andere een tekort is. Met deze subquota willen we het overaanbod mee helpen wegwerken. Uiteindelijk draagt dit bij tot een verlaging van de wachttijden voor de patiënten en een hogere kwaliteit van zorg.”