Nieuwe vaccinatiegraadstudie meet bijzonder hoge vaccinatiegraden bij kinderen en sterke stijging bij volwassenen

  • 8 maart 2022

Kinderen en adolescenten in Vlaanderen bleven in 2020 uitzonderlijk goed gevaccineerd. Dat is een van de conclusies van een nieuwe uitvoerige studie naar de vaccinatiegraad in Vlaanderen. Meer en meer zwangere vrouwen laten zich vaccineren tegen kinkhoest en griep. Ook bij gezondheidswerkers stijgt de vaccinatiegraad, al blijven daar verdere inspanningen nodig bij bepaalde beroepsgroepen.

Vlaams minister Wouter Beke: “De COVID-pandemie heeft aangetoond dat we tevreden mogen zijn dat er vaccins bestaan die ons behoeden voor de meest ernstige gevolgen van allerlei gevaarlijke infectieziekten. In Vlaanderen kunnen we rekenen op een uitgebreid netwerk van gemotiveerde artsen en verpleegkundigen die er met een laagdrempelige aanpak in slagen onze allerjongsten en tieners in grote getale te vaccineren en zo te beschermen. Vaccinatie blijft een speerpunt in ons preventieve gezondheidsbeleid. We bereiden momenteel nieuwe gezondheidsdoelstellingen voor om ook de komende jaren met gerichte acties nog vooruitgang te boeken in de vaccinatie van bijvoorbeeld gezondheidswerkers en andere doelgroepen.”

Vaccinatiegraad bij peuters (18-24 maanden)

Voor peuters worden verschillende vaccins aanbevolen en gratis aangeboden tijdens de eerste levensmaanden, o.a. tegen polio, kinkhoest en mazelen. Bij eerdere studies werd al vastgesteld dat de vaccinatiegraad bij baby’s in Vlaanderen bijzonder hoog is, en dat wordt in deze studie bevestigd.

  • Voor alle aanbevolen en gratis vaccins blijft de vaccinatiegraad stabiel en hoog tussen 92,9% en 96,1%.
  • Ook nu weer ligt de vaccinatiegraad bij peuters voor mazelen, bof en rubella boven de WGO-doelstelling van 95%. Dit is al 4 metingen op rij zo sinds 2008.
  • De deels terugbetaalde rotavirusvaccinatie is significant gestegen ten opzichte van vorige meting in 2016 naar 92,4%.
  • Gemiddeld genomen is 88,1% van de kinderen in Vlaanderen volledig gevaccineerd met alle aanbevolen gratis vaccins.
  • Tijdig toedienen van de vaccins blijft een aandachtspunt. In het eerste levensjaar start de helft (55%) van de kinderen strikt op de aanbevolen leeftijd met vaccinaties, maar nadien treedt een vertraging op. Het Vlaams Actieplan Vaccinaties streefde naar een tijdige toediening bij 80% van de vaccins tegen 2016.

Vaccinatiegraad bij adolescenten (geboortejaar 2007)

Ook bij adolescenten blijft de vaccinatiegraad voor de aanbevolen vaccins zeer hoog.

  • Voor difterie, tetanus, kinkhoest en polio blijft de vaccinatiegraad nagenoeg ongewijzigd t.o.v. 2016, op 92,6%
  • Voor beide dosissen van het vaccin tegen mazelen, bof en rubella is er een lichte stijging van de vaccinatiegraad sinds vorige meting. Over een verloop van 15 jaar is er een toename met meer dan 10% voor beide dosissen. De door de WGO vooropgestelde drempel van 95% vaccinatiegraad is nog net niet bereikt (91,6% en 93,8%), maar wellicht is er nog een onderregistratie en zijn in werkelijkheid meer jongeren gevaccineerd.
  • In het schooljaar 2019-2020 werden voor het eerst ook de jongens gevaccineerd tegen HPV. De vaccinatiegraad bij jongens is slechts 5% lager dan bij hun vrouwelijk leeftijdsgenoten, maar vergelijkbaar met de vaccinatiegraad bij de start van het aanbod bij meisjes. De start van de HPV-vaccinatie bij jongens blijkt dus zonder meer een succes.

Redenen voor niet-vaccinatie

Bij de kinderen waar er toch vaccins ontbreken, vinden we soortgelijke voorspellende factoren voor onvolledige vaccinatie terug als in eerdere studies. In grotere gezinnen met 3 of meer kinderen zijn peuters bijvoorbeeld vaker onvolledig gevaccineerd. Bij de adolescenten komt onvolledige vaccinatie vaker voor bij schoolachterstand, een grootstedelijke woonomgeving en een niet-Belgische herkomst van de moeder. Opvallend is ook dat de vaccinatiegraad in Vlaams-Brabant lager ligt dan in de andere provincies. Het zou kunnen dat de vaccinaties hier gegeven en geregistreerd zijn in de Franstalige gemeenschap waardoor ze niet opgepikt konden worden door deze studie.

Prof. Dr. Kirsten Maertens, promotor van de vaccinatiegraadstudie: “Zowel bij de peuters als bij de adolescenten vinden we heel hoge vaccinatiegraden terug. De vaccinatiebereidheid blijft heel hoog in Vlaanderen. Bewust vaccinatie weigeren blijft beperkt. Slechts 4,2% van de ouders van onvolledig gevaccineerde jonge kinderen gaf aan de vaccinatie bewust te weigeren. Bij ouders van adolescenten waren praktische redenen zoals uitstel wegens de pandemie de belangrijkste reden voor niet-vaccinatie.”

Vaccinatie bij volwassenen

De studie ging ook de vaccinatiegraad na bij een aantal vaccins die aan bepaalde volwassen doelgroepen worden aanbevolen.

  • Vaccinatie tegen griep en kinkhoest wordt aanbevolen tijdens de zwangerschap om de zwangere vrouw te behoeden voor complicaties en het pasgeboren kind al van de geboorte te beschermen. Bij pas bevallen moeders is er een zeer opvallende stijging van de vaccinatiegraad tijdens de zwangerschap tegen kinkhoest en griep. De vaccinatie tegen kinkhoest tijdens de zwangerschap steeg tot 85% (69,3% in 2016); die tegen griep tot 62,3% (vs. 47,2% in 2016). Bij de partners van pas bevallen vrouwen is de vaccinatie tegen kinkhoest ook sterk gestegen tot 71,2% (t.o.v. 61,7% in 2016).
  • Ook bij gezondheidswerkers is de vaccinatiegraad tegen griep toegenomen. Dat is vooral het geval in de ziekenhuizen (84,6%) en in mindere mate in de woonzorgcentra (78,3%). Deze stijging is hoogstwaarschijnlijk te danken aan de introductie van een handleiding voor de organisatie van een impactvolle vaccinatiecampagne en aan de media-aandacht o.w.v. de coronapandemie.
  • Een eerste meting over de kinkhoestvaccinatiegraad bij personeel dat werkt met jonge kinderen, toonde dat 66% van de personen die werken in kinderopvang en 78,1% van de personen werkzaam in een ziekenhuis gevaccineerd is tegen kinkhoest op volwassen leeftijd. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met andere landen, maar liggen onder de Vlaamse gezondheidsdoelstelling om tegen 2020 een vaccinatiegraad van 80% te halen bij gezondheidspersoneel dat met baby’s werkt. De griepvaccinatiegraad van personen die werken in kinderopvang bedroeg in 2020 slechts 35,8%.

Prof. Dr. Kirsten Maertens: “De vaccinatiegraden tegen kinkhoest en griep bij zwangere vrouwen zijn uitzonderlijk hoog voor deze doelgroep. Vlaanderen scoort hiermee wereldwijd bij de hoogst geregistreerde vaccinatiegraden. Ook bij de gezondheidswerkers zien we dat de inspanningen om hen te informeren en te motiveren voor griepvaccinatie lonen en zich vertalen in stijgende vaccinatiegraden. Er blijven wel gerichte inspanningen nodig naar specifieke beroepsgroepen. De griepvaccinatie in de kinderopvang bijvoorbeeld kan beter mits een gericht aanbod en informatiecampagne.”

Over de vaccinatiegraadstudie

De studie werd in opdracht van Zorg en Gezondheid uitgevoerd door het Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties (Vaccin & Infectieziekten Instituut) van de Universiteit Antwerpen en het Leuvens Universitair Vaccinologie Centrum van de KU Leuven.

Het onderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 2021 bij representatieve steekproeven van peuters, adolescenten, pas bevallen vrouwen en gezondheidswerkers. De bevragingen vonden dus plaats tijdens de start van de vaccinatiecampagne tegen COVID-19, maar nog voor de COVID-vaccins beschikbaar waren voor de brede bevolking. Uit deze studie blijkt dus alvast geen impact van het eerste jaar van de pandemie op de vaccinatiegraden. 

De volledige studie vindt u op www.laatjevaccineren.be/vaccinatiegraadstudie