Nieuw rapport over geboortes in Vlaanderen in 2019

  • 27 november 2020

Vorig jaar werden er in Vlaanderen 63.148 kinderen geboren. Dat zijn er 688 of 1,1 % minder dan in 2018. Een aantal tendensen van de voorbije jaren zet zich verder: de leeftijd waarop vrouwen in Vlaanderen hun eerste kind krijgen, blijft stijgen. Hand in hand met die tendens stijgt ook het aantal zwangerschappen na een behandeling voor onvruchtbaarheid. Het aantal bevallingen met een knip (episiotomie) daalt dan weer. Het aantal kinderen met trisomie 21 of het syndroom van Down blijft in 2019 stabiel, na een eerdere daling in 2018. De cijfers komen uit het nieuwe rapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE), dat dit rapport over geboortes in Vlaanderen opstelt in opdracht van Zorg en Gezondheid.

In 2018 werd in de geboortecijfers een opvallende daling vastgesteld van het aantal kinderen met het syndroom van Down. Dat aantal daalde toen van 42 naar 28, vermoedelijk door de terugbetaling van de NIP-test sinds midden 2017. Deze daling blijkt niet eenmalig te zijn: in 2019 blijft het aantal geboortes van kinderen met trisomie 21 op hetzelfde niveau, met opnieuw 28 geboortes.

Prof. gynaecologie en wetenschappelijk voorzitter van het SPE Roland Devlieger: “We zien dat de daling van vorig jaar van het aantal geboortes van kinderen met Downsyndroom bevestigd wordt, maar zich niet verder doorzet. Het is moeilijk te voorspellen of dit cijfer verder zal evolueren. Intussen is de NIP-test alleszins goed ingeburgerd, en kiest een ruime meerderheid van de koppels ervoor deze te laten uitvoeren. Maar we hebben geen zicht op het percentage positieve testen en op het aantal positieve testen dat bevestigd en gevolgd wordt door een zwangerschapsafbreking. Er zullen zeker altijd koppels zijn die na een diagnose van trisomie 21 ervoor kiezen de zwangerschap verder te zetten.”

Het syndroom van Down is een chromosomale afwijking die ook trisomie 21 wordt genoemd. De NIP-test spoort die afwijking, en nog twee andere, op bij de ongeboren baby via een bloedprik bij de moeder. Sinds juli 2017 wordt deze test terugbetaald en daardoor zeer vaak uitgevoerd bij zwangere vrouwen.

Verdere daling aantal geboortes, leeftijd moeders blijft stijgen

Daarnaast zetten een aantal trends van het voorbije decennium zich voort. Na een kortstondige stabilisatie vorig jaar, daalt het totale aantal geboortes nu verder met 1,1 %. Het afgelopen decennium is er een duidelijke daling van het aantal geboortes in Vlaanderen. In 2019 werden 9,7 % minder kinderen geboren dan in 2010.

De leeftijd waarop vrouwen in Vlaanderen hun eerste kind krijgen stijgt jaar na jaar. In 2019 was de gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg 29,3 jaar. In 2018 was dat nog 29,1 jaar en in 1987 zelfs 25,7 jaar. Meer dan de helft van de moeders (55,8 %) is 30 jaar of ouder op het ogenblik van de bevalling. 1 vrouw op 30 (3,3 %) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling, terwijl dit in 1991 0,8 % was.

Met de stijgende leeftijd van de moeders zien we ook de vruchtbaarheidsbehandelingen verder toenemen. Bij  1 op dertien vrouwen (7,7 %) trad de zwangerschap op na een behandeling voor onvruchtbaarheid.

Het percentage bevallingen met een zogeheten “knip” (episiotomie) daalt jaar na jaar. Deze trend zet zich door in 2019. In 2001, het eerste jaar waarin episiotomie werd bevraagd, beviel 68,2 % met een knip. In 2019 is het percentage gedaald tot 38,5 %. Monika Laubach, gynaecoloog en voorzitter van de Raad van Bestuur van het SPE: “Aangezien een meer restrictief gebruik van episiotomie gepaard gaat met minder complicaties dan het routinematig gebruik ervan, is dit een zeer gunstige ontwikkeling. De cijfers illustreren dat de attitude van de gynaecologen in de afgelopen decennia sterk veranderd is. Hoewel het optimale percentage van episiotomie onduidelijk is, suggereert vergelijking met de ons omringende landen (Frankrijk 19,9 %, Verenigd Koninkrijk 20 %, Nederland 24,1 %) dat het misschien toch nog beter kan.”

Het volledige rapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE)