Meer bevallingen in 2021, meer spontane zwangerschappen in 2020 - Nieuw jaarrapport over geboortes in Vlaanderen

  • 4 januari 2022

In 2021 waren er in Vlaanderen 62.846 ziekenhuisbevallingen. Dat blijkt uit een voorlopige telling van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE).  Dat zijn er 2.548 of 4,2 % meer dan in 2020. Het is een opmerkelijke breuk met de trend van een dalend geboortecijfer. Leidde de COVID-lockdown en andere coronamaatregelen in 2020 nog niet tot een stijgend geboortecijfer, dan lijkt dat dus wel het geval te zijn voor 2021. Heel wat van de kinderen geboren in 2021 zijn uiteraard verwekt in 2020. Het Studiecentrum publiceerde vandaag ook zijn rapport over geboortes in Vlaanderen in 2020.

Meer bevallingen in 2021

Het aantal geboorten daalde in Vlaanderen opvallend tijdens het voorbije decennium. In 2011 waren er nog 69 660 geboorten, in 2020 waren er dat slechts 61 700 (-11,4 %). Het geschatte aantal bevallingen in 2021 vormt dus een breuk met deze dalende trend. De stijging van het aantal bevallingen t.o.v. 2020 met 4,2 % situeert zich voornamelijk in de tweede helft van 2021 (+9,0 %), met de sterkste toename in de maanden augustus, september, november en december. Vooral in de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen is het aantal ziekenhuisbevallingen gestegen in 2021.

Bij aanvang van het nieuwe jaar voert het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE), naar jaarlijkse gewoonte en in samenwerking met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, een voorlopige telling uit van het totale aantal bevallingen binnen de 59 materniteiten van het Vlaams Gewest en het UZ Brussel. Het SPE registreert 100 % van de ziekenhuisbevallingen.

  2020 2021 verschil (%)
Antwerpen 20.160 21.416 + 6,2
Vlaams – Brabant 8.999 9.062 + 0,7
Limburg 6.796 6.908 + 1,6
Oost – Vlaanderen 13.626 14.543 + 6,7
West – Vlaanderen 10.717 10.917 + 1,9
Totaal 60.298 62.846 + 4,2

 

Andere trends over geboortes en bevallingen in 2020

De Covid-19 pandemie lijkt geen grote invloed te hebben gehad op de perinatale gezondheid en praktijk. Wel valt op dat er in vergelijking met de weken vóór de lockdown, tijdens de rest van het jaar 2020 significant meer geboorten na spontane zwangerschappen waren. De tijdelijke sluiting van de fertiliteitscentra is daar wellicht een verklaring voor.

Ook was er onder Covid een lichte toename van vroeggeboorte voor 32 weken (1,1 % versus 0,8 %).

Tijdens de periode van de lockdown (week 12-18) werden iets minder keizersneden en epidurales toegepast. Globaal werden over de hele covid-periode in  2020 echter meer keizersneden en epidurales toegepast dan voor de pandemie.

Nog nooit waren er in Vlaanderen zoveel moeders die via keizersnede bevielen dan in 2020: 21,9 %. Dit cijfer was de laatste jaren gestabiliseerd maar stijgt dus terug in 2020. Bijna een vierde (22,5 %) van de kinderen komt via keizersnede ter wereld. Het aandeel keizersneden neemt toe met de leeftijd van de moeder en de BMI voor de zwangerschap.

Een toename van het aantal moeders met overgewicht en obesitas ligt dan ook mee aan de basis voor een toenemend aandeel keizersnedes. Bij het begin van de zwangerschap hebben bijna 40 % van Vlaamse vrouwen een ongezonde BMI van boven de 25,0 kg/m² (25,5 % met overgewicht en 14,3 % met obesitas). Deze proportie stijgt onrustwekkend snel: het aandeel moeders met overgewicht of obesitas was 32,5 % in 2011 en steeg dus tot 39,8 % in 2020. Bij een te hoge BMI tijdens de zwangerschap is er beduidend meer risico op diabetes, hypertensie en keizersnede. Ook lopen de kinderen van vrouwen die lijden aan obesitas beduidend meer kans om later zelf gewichtsproblemen te hebben.

Samen met de gewichtsproblemen stijgt ook het aandeel jonge vrouwen met (zwangerschaps-) diabetes. De proportie moeders met diabetes steeg van 2,9 % in 2011 tot 8,1 % in 2020, waarbij de toename zich vooral de laatste jaren voordeed.

Het volledige rapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE),