Kinderen, jongeren én gezinnen sneller bereiken door nieuwe, veel meer geïntegreerde aanpak

  • 23 december 2021

Vroeg én nabij

Vroeg én nabij het verschil maken voor kinderen en jongeren in Vlaanderen is de ambitie van minister van Welzijn en Gezin Beke. Vroeg in de betekenis van ‘al van voor de geboorte’, maar ook in de betekenis van tijdig, en dus vooraleer situaties escaleren. Nabij, in de betekenis van fysiek dichtbij, in je vertrouwde omgeving, maar ook in de betekenis van laagdrempelig, warm en persoonlijk.

De ambitie van minister van Welzijn en Gezin Beke is groot en dat is nodig. Want er zijn bijna 2 miljoen kinderen in Brussel en Vlaanderen, waarvan één op de tien één of andere vorm ondersteuning nodig heeft. Het positieve effect van ondersteuning is veel groter op jongere leeftijd en de kost voor de samenleving bij preventief werken veel lager is.

Minister van Welzijn en Gezondheid, Wouter Beke: “Het is belangrijk om zo veel mogelijk kinderen en gezinnen te bereiken en tegelijk intensief hulp en ondersteuning aan te bieden aan die kinderen en gezinnen die specifieke noden hebben. We zullen verder blijven investeren in de uitbouw van onze dienstverlening, maar het heeft geen zin om te blijven denken in vormen van capaciteit, wachtlijsten en verkokering. Met enkel meer van hetzelfde zal het niet lukken. Daarom moeten we tegelijkertijd het systeem ombuigen richting de kinderen, jongeren en gezinnen. Daar ligt de uitdaging: in hun ondersteuning, zo vroeg en zo nabij mogelijk.

8 uitdagingen

De oplossingen van vandaag zijn niet altijd de oplossingen van morgen. Om tegemoet te kunnen blijven komen aan de maatschappelijke uitdagingen in de ondersteuning van kinderen, jongeren en gezinnen zien we 8 belangrijke uitdagingen:

De 1ste 1000 dagen zijn de hoeksteen van onze preventieve gezinsondersteuning (= ontwikkelingsperspectief)

De eerste 1000 dagen van een kind, vanaf de bevruchting tot de tweede verjaardag, zijn cruciaal voor de ontwikkeling en bepalen de kansen in het latere leven. Wat je meeneemt in je eerste 1000 dagen bepaalt voor een groot deel je verdere leven. Dat is wetenschappelijk bewezen. Het beleid dat we ontwikkelen zet sterker dan ooit in op de kansen die er in die levensfase liggen om kinderen en ouders te ondersteunen.

Alle actoren in zorg en welzijn werken mee aan het versterken van de basisvoorzieningen, aan preventie, vroegdetectie, vroeginterventie, terugvalpreventie en eerstelijnsondersteuning (= effectiviteit)

Als we de filosofie van de eerste 1000 dagen succesvol willen implementeren dan kan dat enkel als alle actoren actief met kinderen, jongeren en gezinnen zich engageren om zo dicht mogelijk bij basisvoorzieningen, als Huizen van het Kind, Kinderopvang of een OverKophuis aansluiting te vinden. Gespecialiseerde zorg zal belangrijk blijven, maar het is van groot belang dat de gespecialiseerde zorg haar expertise deelt en mee zoekt naar manieren van kruisbestuiving in de universele dienstverlening, zodat vroegdetectie een sterk instrument wordt in ons beleid. Een goed voorbeeld hiervan is de uitrol van de Kindreflex, die vorm krijgt in de eerstelijn vanuit de expertise van de vertrouwenscentra kindermishandeling.

Dienstverlening krijgt nabij en lokaal vorm (= inclusie) 

Cruciaal voor het slagen van deze ambitieuze ommezwaai is dat hulp en ondersteuning aanwezig is in de vertrouwde omgeving van kinderen en jongeren, haast om de hoek, in hun eigen leefwereld. Fundamenteel zijn aanklampend en vindplaatsgericht werken, waarbij hulpverlening dicht bij de jongeren en het gezin zit. Onze OverKophuizen zijn daarvan een goed voorbeeld.

De regie ligt bij de kinderen en de gezinnen (= co-creatie)

Dienstverlening die lokaal en nabij vorm krijgt, kan maar slagen als we kinderen én hun gezin aan het stuur zetten. Cliënten en ouders vertellen ons dat we te weinig inzetten op hun eigen mogelijkheden om ondersteuning mee vorm te geven. We kiezen daarnaast ook bewust (én eindelijk) voor trajectondersteuning gekozen, waarmee we weg willen van “We worden van het kastje naar de muur gestuurd” of “We moeten telkens opnieuw ons verhaal doen, en dat vinden we heel moeilijk”. De trajectondersteuner vormt een schakel tussen de het gezin en de hulpverlening, zorgt voor de continue en betere opvolging, …

We houden samen vast, zo lang als nodig (= continuïteit)

Sommige kinderen hebben van jongs af aan hulp of ondersteuning nodig, soms een korte tijd, soms een langere periode. Ondersteuning en hulpverlening spelen hier flexibel op in, en kijken tijdig vooruit naar een volgende levensfase, zodat beslissingen op jonge leeftijd geen nare gevolgen hebben later.

Het maatschappelijk taboe rond jeugdhulpvragen bij gezinnen is doorbroken (= normaliseren)

Het vragen van hulp en ondersteuning, in welke vorm dan ook, daar mag geen taboe op rusten. Het mag niet zo zijn dat gezinnen die hulp vragen bang zijn de regie te verliezen of om zich daarvoor te moeten schamen. Ondersteuning moet in de eerste plaats in de gewone leefomgeving mogelijk zijn, en enkel bij specifieke situaties kan de hulp ergens anders nodig zijn.

We zetten schaarse middelen doelmatig in (= efficiënte overheid)

Investeringen zullen nodig blijven, en daar blijven we ook op inzetten. Maar samenwerken zal nog belangrijker worden, samen met optimaal inzetten van de middelen. Hierdoor kunnen we dubbel werk en dubbele financiering vermijden. Op die manier wordt er niet naast elkaar gewerkt.

We realiseren werkbaar werk door een innovatieve samenwerkingsmodellen en een innovatieve arbeidsorganisatie (= werkbaar werk / war-for-talent)

Zoektocht naar personeel is ook in de zorg- en welzijnssector aan de orde. Minister Beke zet hier al op in en wil meer mensen toeleiden naar een job in de zorgsector. We zoeken meer mensen, maar we willen ook de bestaande mensen beter kunnen inzetten. Daarom zullen we ook moeten durven investeren in een innovatieve arbeidsorganisatie. We moeten durven onze processen zo te hertekenen dat we geen tijd verliezen met administratieve of organisatorische drempels, maar dat de tijd die we hebben kan gaan naar hulp en ondersteuning aan onze kinderen en gezinnen.

Die 8 uitdagingen aanpakken in 4 strategische cirkels:

Lokale netwerken: laagdrempelige en nabije ondersteuning die al vroeg aanwezig kan zijn, gebeurt best via lokale netwerken en organisaties. De eerstelijnszones zijn een voorbeeld van samenwerkingen die verschillende krachten bundelen.

Erkennen en financieren: samenwerken over de sectoren heen vraagt erkenningsvormen en financiering die ertoe bijdragen om schotten en hokjes tussen de sectoren af te breken in plaats van – wat we vandaag vaak zien – de verkokering in stand te houden

Inschaling en diagnostiek: de juiste expertise moet ingezet worden om de noden van kinderen, jongeren en het gezin verder te helpen. Daarbij moet een eenduidige diagnostiek naargelang de doelgroep gehanteerd worden. We gaan voor één diagnose voor een kind en uitwisseling tussen diensten.

Bovenlokale netwerken: Sommige hulpverlening, zoals gespecialiseerde hulp, zal altijd aanwezig blijven. Dit wordt eerder gebundeld op een hoger niveau, waarbij het lokale niveau evenwel een belangrijke rol blijft spelen.

Continuïteit van Zorg

De minister voorziet, naast de 4 strategische cirkels, nog twee bijzondere thema’s: continuïteit van zorg bij de overgang van minder- naar meerderjarigheid én de kinderopvang.

Er bestaan al heel wat piloot- en proefprojecten die de ambitie van minister Beke en de uitdagingen onderschrijven. Denk maar aan Huizen van het Kind, OverKophuizen, Geïntegreerd Breed Onthaal, 1Gezin1Plan, proefprojecten ‘de ideale wereld’, rechtstreeks toegankelijke hulp voor kinderen met een handicap, doorgaande lijn tussen kinderopvang en onderwijs, zorggarantie voor het jonge kind, zorgzame buurten, … Stuk voor stuk initiatieven die ‘vroeg’ en ‘nabij’ centraal zetten.

De vele uitdagingen in de beleids- en begrotingstoelichting 2022 van de minister die betrekking hebben op het minderjarigenbeleid worden nu gebundeld in één integraal plan van aanpak. Er is actie nodig. Daarom zullen voor deze oefening experten uit het werkveld, de academische wereld en de vier administraties van welzijn en zorg bij elkaar gebracht worden om heel concrete voorstellen te formuleren. Het doel is om tegen midden 2022 met de resultaten in de vorm van een conceptnota, die de basis legt voor een nieuw geïntegreerd beleid, naar de Vlaamse Regering te stappen.

Meer info

pdf bestandVroeg en nabij - inspiratienota (21 december 2021) (605 kB)