FAQ COVID-19 voor zorgprofessionelen

Geen antwoord op je vraag?

Vind je hieronder geen passend antwoord op je vraag? Bezorg ze ons via dit formulier.

RESIDENTIËLE OUDERENZORG
WOONZORGCENTRA

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar ouderenzorg@vlaanderen.be of bel ons op het nummer 02 553 35 79 (op werkdagen van 9u tot 12u). 

Hoe gaan woonzorgcentra om met bewoners met corona?

Oudere mensen en mensen met onderliggende aandoeningen van hart, longen, nieren of met minder weerstand zijn een risicogroep voor het coronavirus. Daarom gelden in de zorgvoorzieningen tijdelijk specifieke maatregelen. Bij opname van een COVID-19 bewoner of bij vaststelling van COVID-19 bij één of meerdere bewoners of medewerkers moeten bijkomende voorzorgsmaatregelen getroffen worden.

Raadpleeg de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg voor meer informatie. Bij een uitbraak is het draaiboek cohorteren in woonzorgcentra bij COVID-19 van toepassing. Dit draaiboek is opgenomen in de bijlage bij de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Kan een bewoner naar een begrafenis gaan?

Begrafenissen en crematies zijn toegelaten, met respect voor de interfederale en lokale richtlijnen inzake begrafenissen. Een bewoner van een woonzorgcentrum kan nog naar een begrafenis gaan. De algemene principes voor het verlaten van de voorziening door de bewoner zijn dan van toepassing.

Kan een woonzorgcentrum overgaan tot het proactief verhuizen van bewoners?

Een woonzorgcentrum zou kunnen overwegen om – met het oog op een toekomstige inrichting van een potentieel noodzakelijke cohortzone – over te gaan tot het proactief verhuizen van bewoners en zo bijvoorbeeld leegstand te groeperen.

Verhuizen van bewoners is in principe steeds een tijdelijke maatregel. Het verhuizen van bewoners is een ingrijpende maatregel en moet grondig worden afgewogen. Door proactief te werken kan een plotse verhuis worden vermeden. De voorbereiding tot een preventieve verhuis gebeurt best in nauw overleg met bewoners, hun families en met de CRA of medisch verantwoordelijke.

Wanneer cohortzorg al preventief voorbereid wordt in de praktijk, zonder dat er al een uitbraak is in het woonzorgcentrum, kan de bewoner een verhuis niet weigeren, maar moet de verhuis goed gemotiveerd en vooraf gecommuniceerd worden aan de bewoner en zijn familie/mantelzorger.

Hoe ver kan een voorziening gaan in het uitwerken van een aangepaste bezoekregeling?

Elke bewoner kan het aantal contacten ontvangen dat gezinnen/huishoudens mogen ontvangen volgens de interfederale bepalingen. Om de bezoekmomenten vlot én veilig te laten verlopen, maakt de voorziening de nodige afspraken over het aantal contacten per bezoekmoment. De uitbater/directie kan dergelijke afspraken maken op het niveau van het WZC of met de bewoner.

In die afspraken kan bijv. het aantal bezoekers sociale contacten dat gelijktijdig op bezoek kan komen, worden bepaald in functie van de grootte van de kamer. De voorziening communiceert hierover duidelijk aan bewoners en hun familie.

Omwille van het belang van een goed geventileerde en verluchte ruimte (http:/https://www.zorg-en-gezondheid.be/binnenmilieu-in-wzc/www.zorg-en-gezondheid.be/binnenmilieu-in-wzc) kan geopteerd worden om de bezoeken in een aangepaste ruimte te laten plaatsvinden. Bezoek op de kamer is ook toegelaten, mits rekening wordt gehouden met de richtlijnen over ventilatie en verluchting.

De bewoner kan in open lucht (op de terreinen van de voorziening) zijn contacten ontvangen volgens de interfederale bepalingen. Bij aanwezigheid van meerdere (groepen van) bezoekers voor verschillende bewoners wordt gewaakt over mogelijke hoog-risicocontacten tussen de verschillende (groepen van) bezoekers.

Alle andere beperkingen in bezoek zowel binnenshuis als in de buitenlucht, zoals in tijdsduur, de dagen van de week, enz. zijn niet toegestaan, tenzij omwille van een (vermoeden van) uitbraak, uitbraakgericthe testing, enz.

Voor goede praktijken en voorbeelden verwijzen we naar de websites van de koepelorganisaties of de website van Hartverwarmers.

Moet een bewoner in kamerisolatie als hij na een dagbehandeling in het ziekenhuis eerst bij familie op bezoek gaat?

Na een dagbehandeling (bv. dialyse) of consultatie in het ziekenhuis van een niet-(mogelijke) COVID-19 bewoner én bij vervoer door professionelen, interne medewerkers of geregistreerde vrijwilligers (bv. ambulanciers, mindermobielencentrale (MMC)) zijn er geen bijkomende maatregelen nodig, op voorwaarde dat enkel niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners gelijktijdig worden vervoerd. Ambulanciers moeten de richtlijnen voor ambulanciers toepassen. Niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners uit een woonzorgcentrum met een uitbraak, kunnen uit voorzorg een chirurgisch mondneusmasker dragen tijdens het transport, ook al vertonen ze zelf (nog) geen symptomen.

Als er zich incidenten hebben voorgedaan (bijv. als er risicovolle contacten hebben plaatsgevonden), kan de directie of (hoofd)verpleegkundige, op basis van deze melding en na overleg met de CRA of een andere medisch verantwoordelijke, de maatregelen en eventueel de teststrategie voor hoogrisicocontacten volgen (zie in kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg onder punt 9.4. Praktische toepassing testbeleid in functie van het contactonderzoek en uitbraakbeheersing).

Er is geen verplichting tot het uitsluitend gebruiken van liggend vervoer per ambulance. Het vervoer moet evenwel afgestemd zijn op de noden van de bewoner.

Mag een bewoner het woonzorgcentrum verlaten voor een wandeling?

De bewoner van een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf type 1, een centrum voor herstelverblijf en een groep van assistentiewoningen of serviceflatgebouw kan steeds de voorziening verlaten, mits het respecteren van de beschermingsmaatregelen zoals die gelden buiten de voorziening, conform de interfederale richtlijnen en de geldende lokale bepalingen. Zie punt 7.5. Bezoek, onder 'Op bezoek gaan - verlaten van de voorziening' van de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Mogen de (achter)kleinkinderen op bezoek komen in een woonzorgcentrum?

Bezoek van (achter)kleinkinderen is toegelaten, mits het in acht nemen van de algemene preventie- en hygiënemaatregelen zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn COVID-19 ouderenzorg. Overeenkomstig de interfederale bepalingen het ontvangen van bezoeken door gezinnen, worden kinderen onder de 12 jaar niet meegerekend in het aantal bezoekers die bewoners mogen ontvangen.

Wordt de opname vanuit een ander woonzorgcentrum (WZC) beschouwd als een nieuwe opname in het raam van de COVID-19 maatregelen?

Ja, bij de verhuis van een WZC naar een ander WZC worden dergelijke bewoners beschouwd als 'nieuwe' bewoners in het kader van de COVID-19 maatregelen.

Voor de maatregelen bij (her)opname verwijzen we naar punt 7.3. Opname nieuwe bewoner van de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Wat wordt verstaan onder cohortzorg?

We spreken van cohorteren of cohortzorg wanneer de (mogelijke) COVID-19 bewoners strikt gescheiden worden verzorgd van de niet-(mogelijke) COVID-19 bewoners. 

Het personeel tussen beide groepen bewoners wordt niet uitgewisseld en de infrastructuur van beide groepen wordt niet gedeeld.

Raadpleeg de bijlage bij de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg voor meer informatie over cohortzorg.

Wie moet wanneer mondmaskers gebruiken in het woonzorgcentrum?

In principe draagt iedereen die de voorziening betreedt een chirurgisch mondneusmasker tijdens de volledige aanwezigheidsduur.

Bezoekers dragen steeds een chirurgisch mondneusmasker, bij het betreden van de voorziening, bij verplaatsingen door de voorziening én tijdens het bezoekmoment, ongeacht of de afstandsregel al dan niet kan worden gerespecteerd en ongeacht of de voorziening aan bezoekers een Covid Safe Ticket vraagt.

In principe voorziet de bezoeker zelf in het chirurgisch mondneusmasker, maar als de bezoeker dit niet bij zich heeft, moet dit kosteloos voorzien worden door de voorziening. Het niet bij zich hebben van een chirurgisch mondneusmasker kan dus geen reden zijn om een bezoeker de toegang te weigeren, 

Meer info: zie punt 4.2. Algemene voorzorgsmaatregelen in de voorzieningen, onder 'Mondneusmaskers' van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Wat bedoelen we met een “mogelijke” of “vermoedelijke” COVID-19 bewoner?

Als we spreken over een “mogelijke “of “vermoedelijke “COVID-19 bewoner, gaat het over:

  • een bewoner die symptomen van COVID-19 vertoont, maar nog niet getest is;
  • een bewoner die géén symptomen van COVID-19 vertoont, maar een hoogrisicocontact had (binnen of buiten de voorziening).

Zie punt 2.2. Mogelijk en bevestigd geval van COVID-19 (= indexpersoon) van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg

Is een medewerker met chirurgisch mondneusmasker na contact met een met COVID-19 besmette bewoner een hoogrisicocontact?

Beschouwen we een medewerker die nauw contact had met een bewoner maar wel een chirurgisch mondneusmasker droeg als een hoogrisicocontact, als na testing die bewoner een bevestigde COVID-19 bewoner blijkt te zijn?

Een persoon die meer dan 15 minuten contact heeft gehad met een bevestigde COVID-19 bewoner op een afstand van minder dan 1,5 m (“face to face”), maar waarbij beiden adequaat een mondneusmasker hebben gebruikt, beschouwen we als een laagrisicocontact.  Thuisisolatie is niet nodig voor asymptomatische laagrisicocontacten, ook niet indien het laagrisicocontact een zorgverlener is. Zie: punt 2.3. Risico-contacten van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Als er sprake is van een hoogrisicocontact, bijv. als de bewoner géén mondneusmasker droeg (zie ook de definitie van hoogrisicocontact in het document Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg dan worden de richtlijnen gevolgd onder punt 9.4. Praktische toepassing testbeleid in functie van het contactonderzoek en uitbraakbeheersing van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Kan een gevaccineerde medewerker van een WZC of GAW/SFG blijven verder werken na een hoogrisicocontact?

Gelet op de mogelijkheid tot vaccinatie en de uitzondering op quarantaine voor gevaccineerde personen, en met inachtname van een verminderd absenteïsme, worden uitzonderingen op de quarantaineregel in het kader van een personeelstekort in kritische functies binnen essentiële sectoren, inclusief de ouderenzorg, niet langer toegestaan. Zie de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg onder punt 9.4. Praktische toepassing testbeleid in functie van het contactonderzoek en uitbraakbeheersing.

Als een COVID-19 bewoner in het kader van cohortering van kamer verhuist, moet de opnameovereenkomst dan worden aangepast?

Gelet op de tijdelijkheid van de situatie in het kader van cohortzorg is een wijziging van de schriftelijke opnameovereenkomst niet verplicht. Als de bewoner (of familie) hier toch op aandringt, kan eventueel met een kort addendum bij de overeenkomst gewerkt worden.

Mag men de opname van een nieuwe bewoner uit het ziekenhuis laten afhangen van een negatieve COVID-19 screening?

Opname van nieuwe niet-(mogelijke) COVID-19 en (mogelijke) COVID-19 ouderen uit het ziekenhuis kan door de directie en de CRA van het woonzorgcentrum enkel in volgende gevallen geweigerd worden:

  • als de oudere niet tot de doelgroep van het woonzorgcentrum behoort;
  • als er geen opnamecapaciteit is: de bezetting binnen de erkende capaciteit, en - indien van toepassing - bovenop de erkende capaciteit, is maximaal;
  • als het woonzorgcentrum een tijdelijke opvangmogelijkheid in een andere gepaste zorgvoorziening vindt (bv. een centrum voor herstelverblijf) voor een nieuwe oudere die uit ziekenhuis ontslagen is, én mits akkoord van de oudere of zijn/haar vertegenwoordiger;

Een negatieve test of het vragen van het CST als voorwaarde tot (her)opname door een WZC is niet toegestaan.

Mag het woonzorgcentrum zelf nagaan via vaccinnet of een nieuwe bewoner al dan niet gevaccineerd is?

De vaccinatiestatus van een persoon is een gezondheidsgegeven. Gezondheidsgegevens zijn een bijzondere categorie van persoonsgegevens.
Vaccinnet bevat medische gegevens. Dergelijke gegevens vallen dus onder het medisch geheim.
Wie in Vaccinnet de gegevens van iemand raadpleegt, moet daarin bevestigen een medische relatie te hebben met die persoon.
In het geval van een woonzorgcentrum is dat de Coördinerend en Raadgevend Arts (CRA). Eventueel kan de CRA ook bijv. de (hoofd)verpleegkundige(n) van het woonzorgcentrum koppelen aan het woonzorgcentrum in Vaccinnet.

De voorziening of het woonzorgcentrum mag evenwel geen gevolgen (zoals bijv. opnameweigering) koppelen aan de vaccinatiestatus van een nieuwe bewoner.

Voor de te volgen maatregelen bij opname van een nieuwe bewoner, verwijzen we naar de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg onder 7.3. Opname nieuwe bewoners.

Waar vind ik informatie over het Covid Safe Ticket (CST)?

Alle informatie over het downloaden en het scannen van de certificaten is terug te vinden op https://covidsafe.be/nl/.

Wat met de was van een (mogelijke) COVID-19 bewoner? Moet die eerst in “quarantaine” worden gehouden?

Er bestaat weinig/geen wetenschappelijke evidentie over de verspreiding van het virus via textiel en het al dan niet noodzakelijk zijn van een quarantaine-periode voor de was van (mogelijke) COVID-19 bewoners.
Daarover zijn geen richtlijnen.

Als algemene regel geldt dat de was van een (mogelijke) COVID-19 bewoner steeds wordt gewassen met een wasmiddel op een zo hoog mogelijk programma (bij voorkeur 60°C) en bij voorkeur in de droogkast gedroogd.

Indien de persoonlijke was wordt gedaan door familieleden: zorg voor een duidelijke markering dat het gaat om besmette was. Steek de was in een dichte en stevige zak om lekken te vermijden, en zorg ervoor dat de zak nadien wordt weggegooid.
Geef duidelijke instructies mee:

  • duw de lucht niet uit de zak;
  • zorg dat kledij/linnen wordt gewassen met wasmiddel bij voorkeur op minstens 60°C. Als de was op 60°C wordt gewassen, mag de was van de COVID-19 bewoner mee gewassen worden met de ‘gewone’ was. Na het wassen, wordt het wasgoed bij voorkeur gedroogd in de droogkast.
  • na het manipuleren van vuile was, steeds grondig de handen wassen.
Wie moet de kamer leegmaken na het overlijden van een bewoner?

Bij het overlijden van een niet-COVID-19 bewoner mag de familie, of wie voor de bewoner instaat, de kamer leegmaken. De familie moet hierbij de hygiënemaatregelen in de voorziening respecteren: dragen van een mondneusmaker, geen onnodige verplaatsingen, enz.  
Bij het overlijden van een (vermoedelijke) COVID-19 bewoner wordt de bewonerskamer ontruimd door het woonzorgcentrum en niet door de familie: 

 

  • na het overlijden wordt de kamer twee dagen op slot gedaan en verlucht (ramen); 
  • ontruimen gebeurt door het woonzorgcentrum, mits het dragen van aangepaste PBM’s (niet-steriele handschoenen, schort met lange mouwen, chirurgisch mondneusmasker en spatbril of gezichtsscherm als er een risico op spatten bestaat); 
  • bij het ontruimen van de kamer moet contaminatie van schone ruimten worden vermeden:
    • vóór de kamer te ontruimen, wordt alles grondig gereinigd met detergent en gedesinfecteerd met een chlooroplossing van 1.000 ppm:
      • medisch materiaal: thermometer, stethoscoop, bloeddrukmeter, …
      • bewonersgebonden materiaal: bedpannen, urinalen, wasbekkens, toiletstoelen, … 
      • alle meubilair: matrassen, bedden, stoelen, tafels, nachtkastjes, zetels, …
      • sanitair
      • tilliften, rolstoelen, loophulp, … 
      • high touch oppervlakken zoals lichtschakelaars, deurklinken, liftknoppen, …
      • enz. 
    • kledij wordt verpakt in luchtdichte zakken. Deze kledij moet achteraf worden gewassen op een zo hoog mogelijk programma (bij voorkeur 60°C) en bij voorkeur in de droogkast gedroogd. Ook bedlinnen wordt verpakt in luchtdichte zakken voor de wasserij (cf. wassen kleding); 
    • alle wegwerpmateriaal dat in de kamer aanwezig was, wordt als besmet beschouwd en moet dus weggegooid worden, zoals niet-steriele handschoenen, toiletpapier, verbandmateriaal, alsook de toiletborstel;
  • als het nodig is, voorziet het woonzorgcentrum in een korte stockage in de voorziening. Het woonzorgcentrum maakt afspraken met de familie/nabestaanden over het ophalen van de spullen van de overledene;
  • het ophalen door de familie gebeurt binnen vijf dagen na het overlijden. Voor die periode van vijf dagen worden geen opslagkosten aangerekend; 
  • voordat een nieuwe bewoner zijn intrek neemt, krijgt de kamer nogmaals een grondige poetsbeurt en eventueel een desinfectie. 
Wat met afval van (mogelijke) COVID-19 bewoner?

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners mogen - zonder een periode van 72 uren in afzondering - ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  • niet-besmeurde PBM’s zoals handschoenen, maskers, schorten, spatbrillen;
  • voedselresten;
  • wegwerpgordijnen;
  • papier en karton, incl. kranten en tijdschriften van de bewoner;
  • allerlei verpakkingsmaterialen;
  • incontinentiemateriaal;
  • lege urinezakken, inhoud ledigen en afvoeren via de riolering.

De volgende afvalstoffen van de behandeling van (mogelijke) COVID-19 bewoners moeten - na een periode van 72 uren in afzondering - in de recipiënten voor afvoer, ingezameld, afgevoerd en verwerkt worden als niet-risicohoudende afvalstoffen (NRMA):

  • verzorgingsmateriaal zoals verbanden, tissues, onderleggers, … indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn; 
  • wegwerplinnen, ook indien deze met kleine hoeveelheden geabsorbeerde lichaamsvochten, bloed of derivaten vervuild zouden zijn.

Zie ook:

Waar kan ik informatie vinden over het verloop van de testen COVID-19 in de woonzorgcentra?
Vervoer van bewoners van en naar het ziekenhuis: steeds met het ziekenvervoer ?

We maken een onderscheid tussen het vervoer van (mogelijke) COVID-19 bewoners en niet COVID-19 bewoners.

  • (Mogelijke) COVID-19 bewoners kunnen enkel door ziekenvervoer worden vervoerd, en enkel één op één (dus: vervoer van 1 bewoner per traject).
    Bij de transfer naar een andere zorgvoorziening wordt het personeel van de ziekenwagen en de andere zorgvoorziening op voorhand telefonisch verwittigd over de (mogelijke) COVID-19 bewoner, zodat zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen nemen. We verwijzen hierbij naar https://www.zorg-en-gezondheid.be/ziekenvervoer onder de hoofding “Vervoer van patiënten met het coronavirus COVID-19”.
  • Voor het vervoer van niet (mogelijke) COVID-bewoners naar bijvoorbeeld dagbehandeling of consultatie in het ziekenhuis, kan beroep worden gedaan op professionelen, interne medewerkers of geregistreerde vrijwilligers (bijv. ambulanciers, mindermobielencentrale). 
    Voor dergelijk vervoer zijn geen bijkomende maatregelen nodig op voorwaarde dat enkel niet (mogelijke) COVID-19 bewoners tegelijkertijd worden vervoerd.  Ambulanciers moeten de richtlijnen voor ambulanciers toepassen.  Niet (mogelijke) COVID-19 bewoners uit een woonzorgcentrum waar een uitbraak heerst, kunnen uit voorzorg een chirurgisch mondmasker dragen tijdens het transport, ook al vertonen ze zelf (nog) geen symptomen.
Mogen online vormingen gevolgd of gegeven worden in het raam van de te volgen opleidingen ?

Het verdient aanbeveling om bij de inschatting voor het al dan niet volgen van online trainingen volgende criteria te hanteren:

  • trainingen bij voorkeur georganiseerd in kleine groepen (bijv. 20 personen per sessie);
  • voor de vorming/opleiding wordt een geschikt instrument gebruikt (Skype, Zoom, Teams, ….) en is bij voorkeur interactief (mogelijkheid tot vragen stellen);
  • de training wordt georganiseerd in korte modules (max. 2u/module).
Mag het terras van het cafetaria, de brasserie, … van een WZC worden open gesteld voor externen nu de horeca terug open gaat?

Als de verantwoordelijke voor de uitbating van het cafetaria, de brasserie, … er voor kiest om de horeca-richtlijnen te volgen, kan het terras en de binnenruimte voor iedereen worden opengesteld zoals vastgelegd in de interfederale richtlijnen voor de horeca, alsook de verplichte invoering van het Covid Safe Ticket sinds 1 november 2021.

Als de voorziening de richtlijnen voor ouderenzorgvoorzieningen volgt, betekent dit dat de cafetaria/brasserie, … énkel toegankelijk zijn voor bewoners, en voor bewoners met hun bezoekers tijdens hun bezoek bij deze bewoners. Externen hebben géén toegang tot de cafetaria/brasserie, ook niet op het terras. Zie punt 7.4. Interne werking, onder 'Cafetaria' van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Zijn er specifieke bepalingen omtrent het aantal personen dat maximum aan eenzelfde tafel mag zitten in de cafetaria?

In de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg is geen specifieke bepaling opgenomen omtrent het max. aantal personen aan dezelfde tafel.

We beschouwen de cafetaria van een residentiële ouderenvoorziening in de eerste plaats als een ontmoetingsruimte, een plek waar bewoners elkaar en hun bezoekers (familie, vrienden en mantelzorgers) kunnen ontmoeten. Bewoners en hun bezoekers (sociale contacten en knuffelcontacten) kunnen gebruik maken van de cafetaria, zowel binnen als buiten. De toegang is énkel voorzien voor bewoners, en voor bewoners met hun bezoekers, tijdens hun bezoek bij deze bewoners. Externen hebben géén toegang tot de cafetaria of de brasserie.

Een algemene bepaling inzake het maximum aantal personen aan dezelfde tafel zou voorbij gaan aan het samenzijn van bijv. de bewoner met zijn/haar nauwe contacten.

We vragen voorziening wel uitdrukkelijk om het aantal hoog-risicocontacten te beperken. In die context is het aan de voorziening om, rekening houdende met dergelijke ontmoetingen, een eigen beleid uit te stippelen en de nodige voorzichtigheid in acht te nemen. De voorziening kan hierbij eventueel dezelfde regels volgen als de interfederale regels voor de horeca.

Echter, als de verantwoordelijke voor de uitbating van het cafetaria, de brasserie, … er voor kiest om de horeca-richtlijnen te volgen, dan moeten de interfederale richtlijnen voor de horeca consequent worden gevolgd.

Mogen er opnieuw gemeenschappelijke activiteiten voor bewoners worden georganiseerd in een aan een WZC verbonden GAW/SFG

Mogen er opnieuw gemeenschappelijke activiteiten voor bewoners worden georganiseerd in een (al dan niet autonoom of al dan niet fysiek aan een WZC verbonden) GAW/SFG ?

Zie punt. 7.1. Vaccinatiegraad als indicatieve parameter en 7.4. Interne Werking, onder 'Georganiseerde activiteiten' van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Hoeveel personen (per m2) mogen er in een cafetaria, brasserie, … worden toegelaten?

We raden aan om tussen de tafelgezelschappen steeds minstens 1,5 m (niet tussen de tafels, maar tussen de zittende personen) aan te houden om hoogrisicocontacten te vermijden.
Het exacte aantal personen dat gelijktijdig binnen kan in de cafetaria, is bijgevolg afhankelijk van de grootte van de cafetaria (steeds garantie op minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen).
Belangrijk is tevens dat de cafetaria op voldoende wijze wordt geventileerd en verlucht én dat de algemene preventie- en hygiëneregels strikt gerespecteerd worden. Bij elke verplaatsing in de cafetaria, en van en naar de cafetaria, is het voor iedereen verplicht om op correcte wijze steeds een chirurgisch mondneusmasker te dragen, enz.

Zijn dagelijkse temperatuurmetingen bij bewoners, medewerkers en bezoekers nog zinvol/verplicht?

Ongeachte de vaccinatiegraad in de voorziening, blijven de basisregels voor hygiëne en bescherming van toepassing.

Bewoners
Een dagelijkse opvolging van parameters bij bewoners (saturatie, bloeddruk, temperatuur) behoren tot de standaard-handelingen.
Als bewoners gevaccineerd zijn, blijft het belangrijk om de nodige voorzichtigheid, waakzaamheid (alertheid voor mogelijke symptomen) aan de dag te leggen. Het systematisch opvolgen van de parameters en de gezondheidstoestand van de bewoners is daarbij een zinvol hulpmiddel.

Medewerkers
Het blijft belangrijk om de nodige voorzichtigheid, waakzaamheid (alertheid voor mogelijke symptomen) aan de dag te leggen. Het systematisch opvolgen van de gezondheidstoestand van de medewerkers is daarbij een zinvol hulpmiddel, ook als ze gevaccineerd zijn.

Bezoekers
Temperatuurmeting van personen uitvoeren bij het betreden van de voorziening blijkt weinig zinvol. Zie de  Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg - 7.2. Toegang tot de voorziening onder 'algemeen kader' en 'beperkingen'.

Wat met medewerkers of bewoners die terugkeren van een buitenlandse reis?

Voor medewerkers die terugkeren van een verblijf of vakantie in het buitenland gelden de interfederale regels inzake quarantaine en testing zoals die gelden voor de algemene bevolking.

Mag men een student-stagiair weigeren als die niet gevaccineerd is? Mag men hem/haar verplichten om zich te laten vaccineren?

Mag een student-stagiair geweigerd worden op basis van het al dan niet gevaccineerd zijn? Mag een student-stagiair verplicht worden om zich te laten vaccineren?

Vaccinatie tegen COVID-19 is voorlopig voor niemand verplicht maar wel sterk aanbevolen. Deze sterke aanbeveling geldt zeker ook voor zorgverleners.
Ook voor het vast personeel van een zorgvoorziening is de vaccinatie nog niet verplicht. De werkgever heeft geen inzagerecht in de medische gegevens, waaronder de vaccinatiestatus van het personeel en kan het personeelslid dus niet weigeren op basis van de vaccinatiestatus. Naar analogie kan ook een stagiair niet verplicht worden om zich te laten vaccineren vooraleer de stage aan te vatten. 

In het belang van de voortgang van de studie van de studenten in zorg- of welzijnsrichtingen, willen we dan ook met aandrang vragen om géén selectie door te voeren op basis van de vaccinatiestatus van de studenten.

Stagiairs kunnen steeds worden toegelaten tot de voorziening voor die leerlingen en studenten waarvoor er kan worden uitgegaan dat:

  • zij zelfstandig kunnen functioneren,
  • op de werkvloer een waardevolle meerwaarde kunnen betekenen en
  • in staat zijn om op autonome wijze de preventie- en hygiënemaatregelen te respecteren.

Voor stagiairs gelden dezelfde maatregelen als voor medewerkers. Het is aan de verantwoordelijke van de voorziening om hen goed te informeren over de hygiënemaatregelen, werkvoorschriften, procedures, … in de voorziening en hen  - zoals aan de eigen medewerkers - de nodige PBM’s ter beschikking te stellen opdat zij in veilige omstandigheden hun taken kunnen uitvoeren.

Onderwijsinstellingen kunnen stagiairs in de zorg wel informeren over het belang van vaccineren. Meer informatie: Waar vind ik materiaal om het met mijn leerlingen over vaccinatie te hebben?

Wat is de impact van het weigeren van de extra vaccinatiedosis?

Personen die zich toch niet wensen te laten vaccineren met een extra prik blijven de status ‘volledig gevaccineerd’ behouden, ook voor hun COVIDSafe paspoort. Zij zullen ook gewoon voor een boostervaccinatie (derde prik) uitgenodigd worden wanneer dit aan de orde is.
Dergelijke weigering heeft dan ook geen impact op de vaccinatiegraad in de voorziening.

Vragen over de inzet van extra personeel
Hoe kan een woonzorgcentrum extra ondersteuning vragen bij de uitval van personeel?

Via het platform Help de Helpers (https://www.helpdehelpers.be/) kunnen zorg- en welzijnsvoorzieningen zoeken naar gepaste medische of niet-medische profielen in de buurt, en kunnen vrijwilligers zich aanmelden die ondersteuning willen bieden aan de zorgsector.

Mogen bij personeelstekort andere personeelsgroepen (bv. kinderverzorgers) ingeroepen worden voor de werking van het WZC?

De wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen blijft van toepassing. Bijgevolg blijft de zorg voorbehouden aan zorgkundigen en verpleegkundigen (diploma + visum als voorwaarde voor het uitoefenen van verzorgende taken).

Op 5 november 2020 keurde de Kamer een tijdelijke wet goed die het mogelijk maakt dat ook andere beroepsprofielen verpleegkundige taken kunnen uitvoeren onder bepaalde voorwaarden. Deze wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen bepaalt welke handelingen enkel door verpleegkundigen mogen worden uitgevoerd. Die verpleegkundige taken – met uitsluiting van een aantal technische en risicovolle handelingen – mogen nu ook door andere beroepsprofielen worden gedaan. In de eerste plaats wordt gedacht aan studenten uit zorgopleidingen en aan beroepen die affiniteit hebben met verpleegkunde zoals zorgkundigen, kinesisten, vroedvrouwen, logopedisten, ergotherapeuten… Er zijn wel een aantal voorwaarden in de wet ingeschreven: de inzet van andere profielen is alleen mogelijk als laatste redmiddel; de delegatie van de taken kan alleen binnen een gestructureerd zorgteam onder leiding van een coördinerend verpleegkundige; er is een voorafgaande opleiding door een arts of een verpleegkundige nodig en een aantal gevoelige handelingen moeten nog altijd door een verpleegkundige worden uitgevoerd. 
De maatregel geldt tot 1 april 2021 en kan maximaal met zes maanden verlengd worden.
 

Hoe is de vergoeding geregeld voor de inzet van thuisverpleegkundigen in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1?

U mag/kan tot en met 30 september 2021 thuisverpleegkundigen inschakelen in het woonzorgcentrum. 

De uren die thuisverpleegkundigen presteren in het woonzorgcentrum kunnen niet tellen voor de RIZIV-nomenclatuur. De Vlaamse overheid voorziet echter een specifieke vergoeding van 47,25 euro per uur voor het inzetten van thuisverpleegkundigen tijdens de COVID-19-periode. 

Meer informatie vindt u onder punt '3.2. Personeelsinzet – Interim-, thuis- en ziekenhuisverpleegkundigen' in de bijlage bij de brief 'COVID-19 maatregelen woonzorgcentra, centra voor kortverblijf, centra voor dagverzorging en centra voor dagopvang met effect op bezetting en financiering' van 30 april 2020 en onder punt '6. Vergoeding inzet extra personeel” in de gedetailleerde toelichting bij de brief “COVID-19 financiële maatregelen van 1 oktober 2020 – 31 maart 2021 voor woonzorgcentra, centrum voor kortverblijf, centrum voor dagverzorging en centrum voor dagopvang” van 21 december 2020 en onder punt '6. Vergoeding inzet extra personeel” in de gedetailleerde toelichting bij de brief “COVID-19 financiële maatregelen van 1 april 2021 tot en met 31 december 2021 voor woonzorgcentra, centrum voor kortverblijf, centrum voor dagverzorging en centrum voor dagopvang” van 2 juli 2021.

Is er voor interimverpleegkundige tijdens de COVID-19-periode de keuze tussen een vergoeding of registratie in Raas?

Tijdens de COVID-19-periode van 13 maart 2020 tot en met 31 september 2021 heeft u voor interim-verpleegkundigen de keuze: 

  1. ofwel registreert u de gegevens en prestaties in de RaaS-webtoepassing en tellen deze mee voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg 2021; 
  2. ofwel registreert u de gegevens en prestaties in het e-loket van Zorg en Gezondheid en ontvangt u een vergoeding van 47,25 euro/uur. 

Dubbele financiering is uiteraard uitgesloten. Een interim-verpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert via het e-loket kunt u uiteraard niet nog eens in de RaaS-webtoepassing registreren. 

Omgekeerd, kunt u voor een interim-verpleegkundige waarvoor u de prestaties registreert in RaaS, deze prestaties niet opgeven in kader van de vergoeding van 47,25 euro/uur. 

Mogen interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel tijdelijk in RaaS geregistreerd worden?

U kunt tijdens de COVID-19-periode van 13 maart 2020 tot en met 31 september 2021 uitzonderlijk interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel inzetten en doorgeven in de RaaS-webtoepassing voor financiering. Het gaat hier over interim-personeel dat wordt ingezet naar aanleiding van COVID-19. Het gaat dus niet om de interim-zorgkundigen of interim-reactiveringspersoneel die al voor 13 maart 2020 aan de slag waren in uw voorziening. Een registratie naar aanleiding van COVID-19 is ten vroegste mogelijk vanaf 13 maart 2020. 

Opdat deze prestaties meegenomen worden bij de berekening, moet u het interim-contract van de zorgkundige of het reactiveringspersoneel uitzonderlijk als een contracttype “student – arbeidsovereenkomst” te registreren in de RaaS-webtoepassing. 

Tijdens de periode van 13 maart 2020 tot en met 30 september 2021 kunt u uitzonderlijk ook kiezen voor een vergoeding per uur van deze prestaties. Voor interim-zorgkundigen is de vergoeding 32,56 euro per uur; voor interim-reactiveringspersoneel is dit 37,85 euro per uur. Indien u een vergoeding per uur wenst, registreert u de gegevens en prestaties in het e-loket. 

Dubbele financiering is uiteraard uitgesloten. Prestaties van interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel waarvoor u een vergoeding per uur vraagt, kunt u uiteraard niet ook nog eens uitzonderlijk in de RaaS-webtoepassing registreren. Omgekeerd, kunt u voor interim-zorgkundigen en interim-reactiveringspersoneel waarvoor u de prestaties uitzonderlijk in RaaS registreert, deze prestaties niet opgeven in kader van de vergoeding per uur. 

Let wel, het gaat hier over interim-personeel dat wordt ingezet naar aanleiding van COVID-19. Het gaat dus niet om de interim-personeel dat al vóór 13 maart 2020 aan het werk was in uw voorziening. Een registratie naar aanleiding van COVID-19 is dus ten vroegste mogelijk vanaf 13 maart 2020 

Kan ik een student die een zorgopleiding volgt als zorgpersoneel tewerkstellen?

Om een gezondheidszorgberoep te mogen uitoefenen, moet een personeelslid altijd over een visum beschikken. Voor sommige zorgberoepen is bovendien een erkenning of registratie vereist. Alleen taken die niet tot de uitoefening van een gezondheidszorgberoep behoren, mogen dus door andere personeelsleden worden uitgevoerd, indien dat arbeidsrechtelijk mogelijk is.

Studenten verpleegkunde kunnen na het succesvol afronden van hun eerste jaar een aanvraag doen om geregistreerd te worden als zorgkundige. Zij moeten deze aanvraag doen via het Vlaams e-loket zorgberoepen. Door een samenwerking met de FOD Volksgezondheid krijgen zij samen met het bewijs dat zij geregistreerd zijn als zorgkundige ook automatisch hun visum als zorgkundige toegestuurd. Voor meer informatie over de mogelijkheden om geregistreerd te worden als zorgkundige kan je op www.zorg-en-gezondheid.be/zorgkundigen nog meer informatie vinden.

Let wel, een zorgkundige moet altijd onder toezicht van een verpleegkundige werken. Bovendien zijn de zorgkundige handelingen die men mag stellen wettelijk veel beperkter dan wat men eventueel als student verpleegkunde al geleerd heeft.

Mogen stagiairs worden toegelaten tot de voorziening? Wat met stagebegeleiding op de werkvloer?

Stagiairs kunnen worden toegelaten tot de voorziening voor die leerlingen en studenten waarvoor er kan worden uitgegaan dat:

  • zij zelfstandig kunnen functioneren,
  • op de werkvloer een waardevolle meerwaarde kunnen betekenen en
  • in staat zijn om op autonome wijze de preventie- en hygiënemaatregelen te respecteren.

Voor stagiairs gelden dezelfde maatregelen als voor medewerkers. Het is aan de verantwoordelijke van de voorziening om hen goed te informeren over de hygiënemaatregelen, werkvoorschriften, procedures, … in de voorziening en hen  - zoals aan de eigen medewerkers - de nodige PBM’s ter beschikking te stellen opdat zij in veilige omstandigheden hun taken kunnen uitvoeren.

Voor wat betreft de stagebegeleiding op de werkvloer door de stagebegeleider, volgt de voorziening best de vuistregel om het risico op besmetting zo minimaal mogelijk te houden. De directie van de voorziening kan evenwel de stagebegeleider beschouwen als een externe medewerker die bijdraagt tot de zorg (cf. de richtlijnen voor de pedicure, kiné, geregistreerde mantelzorgers, …) en de stagebegeleiding op de werkvloer toestaan, op voorwaarde dat de nodige zorgvuldigheid aan de dag wordt gelegd. Het verdient evenwel aanbeveling om de stagebegeleiding op de werkvloer tot het strikt noodzakelijke te beperken.

Evaluaties en stagebesprekingen gebeuren dan weer best op afstand (digitaal, telefonisch, …) of in een aparte ruimte.

Mogen autonome werkstraffen verder in de voorziening worden uitgevoerd? Wat met begeleiding van uitvoerders van werkstraffen?

Autonome werkstraffen kunnen worden uitgevoerd in de voorziening als ervan kan worden uitgegaan dat:

  • de uitvoerder zelfstandig kan functioneren,
  • op de werkvloer een waardevolle meerwaarde kan betekenen en
  • in staat is om op autonome wijze de preventie- en hygiënemaatregelen te respecteren.

Het is aan de voorziening om zelf een inschatting te maken in welke mate de begeleiding van of het toezicht op de uitvoering van de werkstraf al dan niet de draagkracht van de voorziening overstijgt, en op basis daarvan een beslissing te nemen.

Voor de uitvoerders van autonome werkstraffen gelden dezelfde maatregelen als voor medewerkers. Het is aan de verantwoordelijke van de voorziening om hen goed te informeren over de hygiënemaatregelen, werkvoorschriften, procedures, … in de voorziening en hen - zoals aan de eigen medewerkers - de nodige PBM’s ter beschikking te stellen opdat zij in veilige omstandigheden hun taken kunnen uitvoeren.

Besprekingen met de justitie-assistent over het verloop van de uitvoering van de werkstraf, gebeuren best op afstand of in een aparte ruimte.

Komen verpleegkundigen aangeworven in kader van project-sourcing in aanmerking voor de vergoeding van 47,25 euro/uur?

Verpleegkundigen aangeworven in het kader van project-sourcing komen in aanmerking voor een vergoeding van 47,25 euro/uur voor de prestaties tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021.  

Komen de prestaties van zorgkundigen aangeworven in kader van project-sourcing in aanmerking voor compensaties?

Neen, er is geen specifieke uurvergoeding voorzien voor de prestaties van zorgkundigen aangeworven in kader van project-sourcing. 

Medewerker heeft meerdere contracten. Moeten deze contracten in het e-loket telkens apart geregistreerd worden met begindatum?

Wanneer een medewerker verschillende contracten heeft voor een bepaalde maand die elkaar niet opvolgen, dan mag u de prestaties per medewerker groeperen op één lijn en vermeldt u de eerste begindatum.  

Kan ik de prestaties van de loontrekkende kapster die i.k.v. COVID-19 helpt met ondersteunende taken opgeven in het e-loket?

Neen, enkel de prestaties van extra medewerkers die bovenop de basisequipe worden ingezet komen in aanmerking. Het doel van de vergoeding van extra personeelsinzet is immers te voorzien in een tegemoetkoming in de extra loonkosten van personeel dat extra ingezet wordt.

Een onthaalbediende en een stafmedewerker nemen door COVID-19 ook andere taken op. Kan ik hun prestaties opgeven in e-loket?

Neen, enkel de prestaties van extra medewerkers die bovenop de basisequipe worden ingezet komen in aanmerking. Het doel van de vergoeding van extra personeelsinzet is immers te voorzien in een tegemoetkoming in de extra loonkosten van personeel dat extra ingezet wordt.

Prestaties van medewerkers die al voor 13 maart 2020 tewerkgesteld zijn, komen niet in aanmerking (met uitzondering van de prestaties vanwege een contract uitbreiding omwille van Covid-19 na 13 maart 2020).

Kan ik de prestaties van extra ingezet personeel in kader van de vaccinatie opgeven in het e-loket?

Gegeven dat er een specifieke financiering voor vaccinatie wordt voorzien, dient u bij het meedelen van de gegevens van de extra personeelsinzet in het e-loket rekening te houden met het volgende:

  • vaccinatie bewoners: u kan de extra inzet van artsen in het kader van het vaccinatiemoment niet meedelen via het e-loket vermits er een financiering van de CRA is voorzien. De CRA kan ervoor kiezen om het bedrag in voorkomend geval te delen met andere artsen die ondersteuning hebben geboden in de vaccinatieopdrachten;
  • vaccinatie personeel: u kan de extra inzet van medewerkers, zoals bijvoorbeeld de bedrijfsarts of bedrijfsverpleegkundige, niet meedelen in het e-loket gegeven dat een specifieke subsidie voorziet in een tegemoetkoming voor de kosten voor de vaccinatie van het personeel.

Meer informatie over de subsidie voor de vaccinatie van bewoners personeel in woonzorgcentra al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf kan u terugvinden in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2021/01 van 17 maart 2021.

Vragen over financiële compensatie
Komen er financiële maatregelen ter compensatie van de afgekondigde maatregelen?

De Vlaamse Regering heeft een aanzienlijk aantal financieel ondersteunende maatregelen uitgewerkt voor de woonzorgcentra al dan niet met bijhorend centrum voor kortverblijf. 

Hieronder worden de belangrijkste maatregelen beknopt toegelicht, telkens met de verwijzing naar het document/de webpagina waar u een meer gedetailleerde toelichting kunt terugvinden. 

Continuïteitsborg voor verminderde bezetting 
Er is een financiële compensatie voor de verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19 of de daarbij behorende maatregelen. Met deze compensatie beoogt de Vlaamse Regering de continuïteit te borgen in de voorzieningen die geconfronteerd worden met een verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19. 

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1 verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt aan de uitbater van de voorziening. 

Meer informatie kunt u vinden in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/06 van 30 april 2020 (p. 4 tem 8) , TFO/2020/13 van 23 juli 2020 (p. 3 tem 7), TFO/2020/25 van 21 december 2020 (p. 3 tem 10) en TFO/2021/09 van 2 juli 2021 (p 3 tem 13). 

Vergoeding voor extra personeelsinzet 
Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1 hebben enerzijds te kampen met personeelsuitval en anderzijds zijn er extra taken ten gevolge van de COVID-19-crisis. Om de continuïteit van de zorg en dienstverlening te garanderen, wordt voorzien in een vergoeding voor zowel medewerkers die ter vervanging worden ingezet als medewerkers die extra ingezet worden. 

De vergoeding van de extra personeelsinzet is zowel mogelijk voor zorgpersoneel als voor ondersteuningspersoneel. 

De extra personeelsinzet kan door diverse types van tewerkstelling gerealiseerd worden: extra aanwerving, contractuitbreiding, interimwerk, project-sourcing van verpleegkundigen, inschakelen van zelfstandigen en detachering. 

Meer informatie kunt u terugvinden in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/06 van 30 april 2020 (p. 8 tem 12) , TFO/2020/13 van 23 juli 2020 (p. 7 tem 11), TFO/2020/25 van 21 december 2020 (p. 11 tem 17) en TFO/2021/09 van 2 juli 2021 (p 14 tem 21). 

Versterking van de rol van de coördinerend en raadgevend arts (CRA) 
Tijdens de coronacrisis vervult een coördinerend en raadgevend arts (CRA) een belangrijke taak in de ondersteuning van de zorgteams en huisartsen wat betreft medische en hygiënische expertise. 

Tot en met 30 juni 2020 was er voor zwaar zorgbehoevende bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven een vergoeding voorzien voor de CRA.  

In de praktijk is het medisch beleid dat de CRA uitstippelt echter van toepassing voor het hele woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf type 1. Sinds 1 juli 2020 is er een aanpassing van de financiering en wordt de vergoeding voor de CRA toegekend voor alle bewoners die verblijven in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1.  

Meer informatie vindt u terug van p. 12 t.e.m. 14 in de uitgebreide toelichting bij de brief TFO/2020/13 van 23 juli 2020 en van p. 2 t.e.m 4 in de brief TFO/2021/04 van 10 mei 2021

Vergoeding van specifieke kosten omwille van COVID-19 
Woonzorgcentra ontvangen een subsidie voor de kosten die verband houden met: 

  • de investeringen in roerende en onroerende infrastructuur die noodzakelijk zijn om de opvangcapaciteit te verhogen, aan te passen of in zijn oorspronkelijke staat te herstellen; 
  • de financiering van beschermingsmateriaal en desinfecteringsproducten, het testmateriaal, de wasserij en de speciale afvalverwerking. 
Wat houdt de financiële compensatie voor de verminderde bezetting in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1 in?

Er wordt een financiële compensatie voorzien voor de verminderde bezetting ten gevolge van COVID-19 of de daarbij behorende maatregelen in de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1.  

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf type 1 verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt. 

Hoe wordt de continuïteitsborg vanaf 1 oktober 2020 precies berekend?

De continuïteitsborg is een verderzetting en versterking van de compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs die woonzorgcentra, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf, voorheen al ontvingen. 

Met deze compensatie beoogt de Vlaamse Regering de continuïteit te borgen in deze voorzieningen op een moment waarbij ze geconfronteerd worden met een verminderde bezetting door de COVID-19-crisis. 

De tegemoetkoming voor de verminderde bezetting bestaat uit enerzijds een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en anderzijds een compensatie van de dagprijs.  
De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf verblijven.  
De dagprijs is de prijs die de bewoner betaalt aan de uitbater van de voorziening. 

Voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 is een compensatie voorzien tot aan het niveau van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019. Deze compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit. 

Het bedrag van de continuïteitsborg bestaat uit:

  • een recht, ten belope van 80% van het bedrag, dat u als voorziening zonder verdere voorwaarden krijgt uitbetaald;  
  • een voorschot, ten belope van 20% van het bedrag, dat aan bijkomende voorwaarden verbonden is. U kunt het voorschot enkel behouden indien de personeelsinzet niet afneemt. Voor de maanden januari, februari en maart 2021 mag er bovendien geen tijdelijke werkloosheid toegestaan zijn (uitzondering: tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaine-attest en tijdelijke werkloosheid buiten de wil van de voorziening mits dit tijdig aangetoond wordt). 

Met onderstaande voorbeelden wordt de berekeningswijze toegelicht van de verminderde bezetting waarvoor een compensatie wordt toegekend. 
Voorbeeld A 
We gebruiken in dit voorbeeld de volgende cijfergegevens: 

  1. Bezetting 18/19: dit berekenen we door het aantal gefactureerde ligdagen in de referentieperiode 2018/2019 te delen door (het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden in de referentieperiode x 365). 
    Stel dat er in de referentieperiode 26.619 gefactureerde ligdagen zijn en het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden gelijk is aan 78, dan bedraagt dit: 93,5% (26.619/(78*365))
  2. Het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden bewoners in de te compenseren periode: 80
  3. Actuele bezetting of aantal bewoners in de te compenseren periode (periode van 1/10–31/12/2020 of van 01/01 - 31/03/2021): 69 bewoners in het WZC en één bewoner in het ziekenhuis = 70 bewoners

De verminderde bezetting ten opzichte van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019 bedraagt:  
(80 x 93,5%) = 74,8 – 70 = 4,8.  Deze compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit: 80 * 20% = 16. 

>Het woonzorgcentrum ontvangt een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs voor 4,8 woongelegenheden.. 

Voorbeeld B 
We gebruiken bij wijze van voorbeeld volgende cijfergegevens: 

  1. Bezetting 18/19: dit berekenen we door het aantal gefactureerde ligdagen in de referentieperiode 2018/2019 te delen door (het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden in de referentieperiode x 365). 
    Stel dat er in de referentieperiode 26.619 gefactureerde ligdagen zijn en het gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden gelijk is aan 78, dan bedraagt dit: 93,5% (26.619/(78*365)). 
  2. Het in de te compenseren periode gemiddeld gewogen erkend aantal woongelegenheden: 80
  3. Actuele bezetting of aantal bewoners in de te compenseren periode (periode van 01/10 – 31/12/2020 of van 01/01 - 31/03/2021): 50 bewoners in het WZC en 5 bewoners in het ziekenhuis = 55 bewoners

De verminderde bezetting ten opzichte van de bezetting in de referentieperiode 2018/2019 bedraagt:  
(80 x 93,5%) = 74,8 – 55 = 19,8.  
De compensatie wordt gelimiteerd tot 20% van de erkende capaciteit: 80 * 20% = 16

>Het woonzorgcentrum ontvangt een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs voor 16 woongelegenheden. 

Welke is de compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg bij een verminderde bezetting?
  • Voor de periode vanaf 13 maart 2020 tot en met 31 juli 2020 ontvangt de voorziening een compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 maart 2020. 
  • Voor de periode vanaf 1 augustus 2020 tot en met 31 september 2020 ontvangt de voorziening een compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 augustus 2020. 
  • Voor de periode vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 ontvangt de voorziening een compensatie ontvangen voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. 
  • Voor de periode vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 ontvangt de voorziening een compensatie voor de basistegemoetkoming voor zorg die gebaseerd is op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021. 
Welke compensatie is er voorzien voor de dagprijs bij een verminderde bezetting?

Voor de periode van 13 maart 2020 tot en met 30 september 2020 bedraagt de compensatie van de dagprijs 90% van de gemiddeld gewogen dagprijs op 1 mei 2019. Deze wordt weliswaar beperkt tot maximaal 90% van 70,86 euro. 

Vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 bedraagt de compensatie van de dagprijs 80% van de gemiddeld gewogen dagprijs op 1 mei 2020. Deze wordt weliswaar beperkt tot maximaal 80% van 72,07 euro. 

Maandelijks ingeven van 'aantal opgenomen bewoners' in het WZC/ centrum voor kortverblijf via e-Loket. Hoe?

In het e-loket deelt u maandelijks, uiterlijk op de 15e van de maand, het totaal aantal opgenomen bewoners voor de afgelopen maand mee. U deelt de cijfers voor zowel het woonzorgcentrum als het centrum voor kortverblijf mee in het e-loketdossier van het woonzorgcentrum.  

U moet de volgende cijfers meedelen: 

  • de som van aantal effectief aanwezige bewoners in de betreffende maand; 
  • de som van het aantal tijdelijk afwezige bewoners in de betreffende maand (bvb. ziekenhuisopname). 

U telt dus voor elke dag in de betreffende maand enerzijds het aantal effectief aanwezige bewoners en anderzijds het aantal tijdelijk afwezige bewoners in het woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf. 

De gegevens van alle dagen in deze maand telt u samen. Vervolgens dient u de gegevens in. 

Aantal opgenomen bewoners in de maand: 

Datum Aanwezig Tijdelijk afwezig
1/8 81 4
2/8 82 3
... ... ...
31/8 80 3
TOTAAL Som aanwezigen Som tijdelijk afwezigen
Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS?

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS? De werkelijk gefactureerde dagen in referentieperiode? Of moet er ook rekening gehouden worden met de verminderde bezetting? 
Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in RaaS door te geven. 

Klopt het dat financiering voor de CRA vanaf 1 juli 2020 gewijzigd is?

Dat is correct. 

Tot 30 juni 2020 was er voor de coördinerend en raadgevend arts (CRA) een vergoeding voor zwaar zorgbehoevenden bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven.  
Vanaf 1 juli 2020 wordt de vergoeding voor de CRA uitgebreid naar alle bewoners in het woonzorgcentrum én in het centrum voor kortverblijf.  

Hoe is de vergoeding voor de CRA geregeld vanaf 1 juli 2020?

Tot 30 juni 2020 was er voor zwaar zorgbehoevende bewoners die in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning verblijven een vergoeding voor de coördinerend en raadgevend arts (CRA). Vanaf 1 juli 2020 wordt de vergoeding voor de CRA uitgebreid naar alle bewoners in het woonzorgcentrum én in het centrum voor kortverblijf.  

Voor de periode vanaf 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 is de financiering als volgt:

  • Voor de zwaar zorgbehoevende bewoners in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning ontvangt het woonzorgcentrum voor de financiering van de CRA een vergoeding van 0,63 euro per dag per bewoner via de basistegemoetkoming voor zorg. De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf verblijven. 
  • Voor bewoners die verblijven in woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning of in het centrum voor kortverblijf wordt de financiering van de CRA, in afwachting van de integratie in de basistegemoetkoming voor zorg door het agentschap betaald via een aparte financieringsstroom. Het bedrag van deze financiering is gebaseerd op het aantal erkende woongelegenheden en de bezetting tijdens de referentieperiode 218/2019.  
    Voorbeeld 
    • aantal erkende woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning en centrum voor kortverblijf op 30 september 2020: 36 
    • individuele gemiddelde bezettingsgraad tijdens de referentieperiode 2018/2019:  94,93%
      >Voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 september 2020 ontvangt het woonzorgcentrum een bedrag van 1.980,77 euro (= 0,63 euro x 36 woongelegenheden * 97,93% bezetting * 92 dagen). 

Sinds 1 juli 2021 is de financiering van de functie van de CRA voor alle bewoners geïntegreerd in de basistegemoetkoming voor zorg.  De basistegemoetkoming voor zorg is een tegemoetkoming van de Vlaamse overheid voor de zorg en dienstverlening aan bewoners die in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf verblijven.

GROEPEN VAN ASSISTENTIEWONINGEN (GAW)
Wat zijn de maatregelen met betrekking tot assistentiewoningen en serviceflats

Met ingang van 29 juni 2020 zijn de specifieke maatregelen voor groepen van assistentiewoningen en serviceflats vervangen door de kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg

Mogen bewoners van een GAW samen eten?

Bewoners kunnen vrij bewegen in de voorziening, waarbij geen onderscheid geldt tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde bewoners. Samen deelnemen aan (groeps)activiteiten is mogelijk. Samen eten dus ook.
Zie:  Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Mogen de bewoners van een GAW gebruikmaken van een gemeenschappelijke tuin of terras?

De bewoners mogen gebruikmaken van een gemeenschappelijke tuin of terras op voorwaarde dat zij daarbij de interfederale richtlijnen opvolgen. Zelfs bij activiteiten in open lucht moeten de afstandsregels, handhygiëne en het dragen van een mondneusmasker worden gerespecteerd. Zie punt 7.4. Interne Werking onder 'Georganiseerde activiteiten' van de  Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Mag de cafetaria/brasserie van GAW/SFG worden opengesteld voor bewoners?

Voor de cafetaria/brasserie/… verwijzen we naar de richtlijnen die u kan terugvinden onder 7.4. Interne Werking onder 'Cafetaria' van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Mag het terras van het cafetaria, de brasserie, … van GAW/SFG worden opengesteld voor externen nu de horeca terug open gaat?

Als de verantwoordelijke voor de uitbating van het cafetaria, de brasserie, … er voor kiest om de horeca-richtlijnen te volgen, kan het terras en de binnenruimte voor iedereen worden opengesteld zoals vastgelegd in de interfederale richtlijnen voor de horeca, met inbegrip van het verplicht gebruik van het Covid Safe Ticket sinds 1 november 2021.

Als de voorziening de richtlijnen voor ouderenzorgvoorzieningen volgt, betekent dit dat de cafetaria en de brasserie, … énkel toegankelijk zijn voor bewoners, en voor bewoners met hun bezoekers tijdens hun bezoek bij deze bewoners. Externen hebben géén toegang tot de cafetaria/brasserie, ook niet op het terras. Zie punt 7.4. Interne Werking onder 'Georganiseerde activiteiten' van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Mogen er terug gemeenschappelijke activiteiten voor bewoners worden georganiseerd in een GAW/SFG?

Mogen er terug gemeenschappelijke activiteiten voor bewoners worden georganiseerd in een (al dan niet autonoom of al dan niet fysiek aan een WZC verbonden) GAW/SFG?
We verwijzen naar punt 7.4. Interne werking van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Bezoekregeling voor bewoners van een (al dan niet autonome) GAW/SFG?

Aangezien de richtlijnen inzake het ontvangen van bezoek, voor zowel de autonome GAW/SFG als de andere GAW/SFG hetzelfde zijn als de interfederale bepalingen inzake samenkomsten in huis, volgen alle GAW/SFG de bepalingen die opgenomen zijn onder 7.5. Bezoek van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Via welk kanaal kunnen wij vrijwilligers contacteren?

Zorgvoorzieningen kunnen vrijwilligers of extra werkkrachten uit een medische en niet-medische reserve contacten via het platform Help de Helpers.

Zijn er ook dagprijscompensaties voor de groepen van assistentiewoningen?

Er zijn voor de groepen van assistentiewoningen geen compensaties voorzien.

Wat met medewerkers of bewoners die terugkeren van een buitenlandse reis?

Voor medewerkers die terugkeren van een verblijf of vakantie in het buitenland gelden de interfederale regels inzake quarantaine en testing zoals die gelden voor de algemene bevolking. 

Centra voor kortverblijf type 1 (CVK)
Wat moet er gebeuren met CVK type 1?

De CVK type 1 volgen dezelfde regels als de woonzorgcentra. Zie: Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Wat met nieuwe opnames in een CVK type 1 in de komende dagen?

De richtlijnen over de opname in een woonzorgcentrum gelden ook voor de opnames in een CVK type 1. Zie hiervoor punt 7.3. Opname nieuwe bewoners van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Centra voor herstelverblijf (CVH)
Wat moet er gebeuren met centra voor herstelverblijf?

CVH volgen gelijkaardige regels als die van de woonzorgcentra. Zie: Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

 

Wat met nieuwe opnames in een CVH?

Sinds 8 juni 2020 kunnen opnieuw ouderen - na advies van de huisarts, de CRA en de directie - in het CVH worden opgenomen. Voor quarantaineregels en testing bij opname in een CVH verwijzen we naar punt 7.3. Opname nieuwe bewoners van de Kaderrichtlijn COVID-19 residentiële ouderenzorg.

Moet men voor de zorg in het herstelverblijf een mondmasker dragen?

In principe draagt iedereen die de voorziening betreedt een chirurgisch mondneusmasker tijdens de volledige aanwezigheidsduur.

THUISZORG, CENTRA VOOR DAGOPVANG EN LDC/RDC

Voor meer informatie over COVID-19 en thuiszorg kunt u de richtlijnen voor thuiszorg raadplegen.

CENTRA VOOR DAGOPVANG EN CENTRA VOOR DAGVERZORGING
Wat met de zorg voor onze gebruikers van de centra voor dagopvang en centra voor dagverzorging?

De centra voor dagverzorging en de centra voor dagopvang krijgen de mogelijkheid om gefaseerd opnieuw op te starten vanaf 25 mei 2020. Om de opstart mogelijk te maken, moet het centrum een intern plan van aanpak opmaken, rekening houdend met de geldende richtlijnen. Meer informatie vindt u in de nota met betrekking tot de doorstart en de bijhorende maatregelen.

De gebruikers met COVID-19 of door een arts beoordeeld als waarschijnlijk besmet, of gebruikers met symptomen (gevalsdefinitie COVID-19 Sciensano), kunnen niet worden opgevangen in het centrum. De huisarts/ CRA speelt hierbij een cruciale rol, bij twijfel dient deze gecontacteerd te worden.

Gebruikers met symptomen die ontstaan tijdens aanwezigheid in het centrum worden meteen geïsoleerd in een aparte ruimte en indien mogelijk meteen terug in de thuiscontext opgevangen. Verder is het ook de huisarts/CRA die bepaalt wanneer iemand terug kan opgevangen worden in het centrum na (vermoedelijke) besmetting.

Centra voor dagverzorging (CVD) kunnen terug opstarten vanaf 25/5/20. Ontvangen centra die terug open gaan nog een compensatie?

Compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg 

Voor de compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor dagverzorgingscentra met een bijkomende erkenning zal het agentschap de normale bezetting voor de basistegemoetkoming voor zorg berekenen op basis van de individuele bezettingsgraad in de referentieperiode 2018/2019 en het aantal openingsdagen per week. 

Het agentschap zal dit gegeven vergelijken met het effectief aantal aanwezigheidsdagen van de gebruikers met een afhankelijkheidsscore F, Fd, D of Fp in de betreffende maand bezorgd via het e-loket.  In het geval het effectief aantal aanwezige gebruikers met een afhankelijkheidsscore F, Fd, D of Fp lager ligt dan de individuele bezettingsgraad in de referentieperiode 2018/2019, zal het verschil door het agentschap worden vergoed. 

De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 25/5/2021-30/9/2020 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 25 mei 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/10/2020-31/12/2020 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/1/2021 – 30/3/2021 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021.  

Als voorwaarde voor deze compensatie vanaf 1 oktober 2020 geldt dat minstens 40% van de bezetting van de referentieperiode 2018/2019 moet gehaald worden 

Vanaf 1 januari 2021 geldt als bijkomende voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Compensatie van de dagprijs

Voor de compensatie van de dagprijs zal het agentschap de normale bezetting voor het centrum voor dagverzorging berekenen op basis van de bezettingsgegevens en het aantal openingsdagen per week, ingediend in het kader van de werkingsmiddelen voor het werkingsjaar 2019. 

Het agentschap zal dit gegeven vergelijken met het effectief aantal aanwezige gebruikers in de betreffende maand bezorgd via het e-loket. In het geval het effectief aantal aanwezige gebruikers lager ligt dan de normale bezetting, zal het verschil door het agentschap worden vergoed. 

De compensatie van de dagprijs bedraagt 18 euro tot en met 31 december 2021. Voor de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2021 bedraagt de compensatie van de dagprijs 18,36 euro. Als voorwaarde voor deze compensatie vanaf 1 oktober 2020 geldt dat minstens 40% van de bezetting van 2019 (berekend op basis van de bezettingsgegevens 2019 doorgegeven in het kader van de werkingssubsidies) moet gehaald worden 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Centra voor dagverzorging kunnen terug opstarten vanaf 25/5/20. Ontvangen de centra die gesloten blijven nog een compensatie?

Voor de periode van 25 mei 2020 tot en met 31 augustus 2020 werd verder voorzien in een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg en van de dagprijs van alle centra voor dagverzorging die in deze periode gesloten zijn. 

Vanaf 1 september 2020 is er geen compensatie meer voor centra voor dagverzorging die gesloten blijven. 

Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de centra voor dagverzorging die niet openen of verplicht zijn opnieuw te sluiten omdat het centrum voor dagverzorging dienst moet doen als cohort-afdeling en onder de voorwaarde dat de in het centrum voor dagverzorging tewerkgestelde medewerkers hun voorziene arbeidstijd verder inzetten hetzij in de cohort-afdeling, hetzij in een door hun werkgever te bepalen alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid. 

Vanaf 1 oktober 2020 geldt hierop een bijkomende uitzondering voor centra voor dagverzorging die genoodzaakt zijn volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is. 

Vanaf 1 januari 2021 geldt in alle gevallen als voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Meer informatie hierover vindt u op p. 19 tot en met p. 24 in de uitgebreide toelichting van bij de brief TFO/2020/25 van 21 december 2020.

Kunnen groepsactiviteiten in de centra nog doorgaan?

Bij de organisatie van zinvolle dagbesteding en ontspanning in groep moet er steeds aandacht zijn voor de algemene hygiënische maatregelen en onderhoudsinstructies. 

Kunnen personeel en vrijwilligers blijven werken?

Personeel en vrijwilligers kunnen hun taken blijven opnemen, mits naleving van de algemene hygiënische maatregelen. 
Zoals iedereen moeten zij extra waakzaam te zijn voor een mogelijke besmetting met COVID-19. U vindt de gevalsdefinitie op de website van Sciensano
Contacteer de huisarts van de gebruiker van zodra er vermoeden is van een besmetting. 

Hoe gebeurt registratie in RaaS voor medewerkers die bij gecompenseerde sluiting in een alternatieve WVG-sector werken?

Centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning die hun medewerkers tewerkstellen in een alternatieve arbeid in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd wordt in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns-en gezinsbeleid, krijgen de basistegemoetkoming voor zorg gecompenseerd die ze vandaag ten gevolge van de sluiting van de centra voor dagverzorging niet kunnen factureren. 

Aangezien het normpersoneel van de centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning blijvend gefinancierd wordt via deze compensatie, moeten hun prestaties in de RaaS-webtoepassing verder bij het centrum van dagverzorging worden ingevoerd opdat er geen dubbele subsidiëring zou plaatsvinden. 

De prestaties van zorgpersoneel boven de norm kan u in de RaaS-webtoepassing wel opgeven als prestaties van het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf indien de alternatieve tewerkstelling plaatsvindt in het woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf. 

Om te bepalen welke prestaties van zorgpersoneel binnen dan wel boven de norm vallen baseert u zich op de personeelsnorm voor de berekening van de basistegemoetkoming voor zorg voor het facturatiejaar 2020. Voor de meeste voorzieningen is dat de personeelsnorm op basis van de gegevens voor de referentieperiode 2018/2019. 

Indien er aan uw voorziening na afloop van de referentieperiode 2018/2019 extra bijkomende erkenningen zijn toegekend, zal de minimale personeelsnorm intussen zijn toegenomen. Het is dan ook logisch dat u hiermee rekening houdt. U kan het normpersoneel van de referentieperiode 2018/2019 nog steeds als vertrekpunt hanteren, maar u dient dit uiteraard pro rata te verhogen in functie van het extra aantal bijkomende erkenningen. 

Welke gegevens moet ik bezorgen om in aanmerking te kunnen komen voor compenserende financiering?

Maandelijks bezorgt u voor de afgelopen maand via het e-loket van Zorg en Gezondheid volgende gegevens: 

  • het aantal openingsdagen,  
  • het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers per afhankelijkheidsscore,  
  • het aantal sluitingsdagen om dienst te doen als cohortafdeling 
  • het aantal dagen dat het centrum voor dagverzorging genoodzaakt was volledig te sluiten vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld was in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek was 

Waar nodig doet u ook de nodige verklaringen inzake tewerkstelling van het personeel. 

Het formulier voor de afgelopen maand is telkens beschikbaar in het e-loket van de 1e tot en met de 15e van de maand volgend op de maand in kwestie. Afwijkend hierop bezorgt u de gegevens voor de maand november 2020 en het aantal sluitingsdagen omwille van een gebrek aan personeel voor de maand oktober 2020 doorgeven vanaf 21 december 2020 tot en met 15 januari 2021. 

Meer informatie hierover vindt u op:  

Hoe berekenen we de compensatie van de tegemoetkoming voor zorg voor centra voor dagverzorging met bijkomende erkenning?

Periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021

De compensatie voor het niet kunnen factureren van de basistegemoetkoming voor zorg en de tegemoetkoming in de reiskosten door de verminderde bezetting naar aanleiding van COVID-19 wordt berekend door het verschil te maken tussen het totaal tegemoetkomingen voor zorg die men in een normale situatie had kunnen factureren aan de zorgkassen en de tegemoetkomingen die men effectief kan factureren aan de zorgkassen. 

De tegemoetkomingen die men in een normale situatie had kunnen factureren aan de zorgkassen worden berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg; 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning tijdens de referentieperiode 1 juli 2018 – 30 juni 2019; 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning. 

De tegemoetkomingen die men effectief kan factureren aan de zorgkassen worden berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg; 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp  

Daarbij houden we als basistegemoetkoming voor zorg voor de compensaties voor de periode 1/10/2020-31/12/2020 rekening met de basistegemoetkoming voor zorg op 1 oktober 2020. De compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg voor de periode 1/1/2021 – 30/3/2021 is gebaseerd op de basistegemoetkoming voor zorg op 1 januari 2021.

De individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning wordt als volgt berekend: 
het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode / (maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode * het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode), waarbij: 

  • het aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: het aantal gefactureerde dagen voor de referentieperiode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 die u doorgaf via de RaaS-webapplicatie in het kader van de bepaling van de basistegemoetkoming voor zorg. Het gaat dus enkel over de mensen met afhankelijkheidsscores F, Fd en D. Voor centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning voor personen met een ernstige ziekte gaat het enkel om mensen met de afhankelijkheidsscore Fp; 
  • het maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: het aantal openingsdagen in de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019 rekening houdend met het openingsregime (aantal openingsdagen per week) dat u doorgaf via het e-loket van het agentschap in het kader van de bezettingsgegevens 2018 voor de werkingssubsidies 2018. Bij 5 openingsdagen per week wordt rekening gehouden met 250 dagen voor de referentieperiode, bij 6 met 300 dagen en bij 7 met 350 dagen; 
  • het gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: het aantal verblijfseenheden met een bijkomende erkenning van uw centrum voor dagverzorging tijdens de periode van 1/7/2018 tot en met 30/6/2019. We houden rekening met het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden, wat betekent dat een eventuele toename of vermindering van de bijkomende erkenning tijdens deze periode proportioneel wordt meegerekend op basis van het aantal dagen waarvoor deze capaciteitswijziging van toepassing was. 

Bij het ontbreken van bezettingsgegevens over de referentieperiode van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019 wordt de individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning bepaald op 0,8281. De individuele 

bezettingsgraad bedraagt maximaal 1. 

Als voorwaarde voor deze compensatie geldt dat het via e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp minstens dan 40% bedraagt van de vermenigvuldiging van  

  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning tijdens de referentieperiode 1 juli 2018 – 30 juni 2019; 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning. 

Vanaf 1 januari 2021 geldt als bijkomende voorwaarde voor deze compensatie dat de medewerkers van het centrum voor dagverzorging niet tijdelijk werkloos mogen geweest zijn, met uitzondering van: 

  • tijdelijke werkloosheid in geval van een quarantaineattest; 
  • als de voorziening om aantoonbare redenen buiten haar wil om tijdelijke werkloosheid heeft moeten toestaan, kan ze aan het agentschap een uitzondering vragen vóór de vijftiende van de maand die volgt op de maand in kwestie. Het agentschap kan de uitzondering toestaan of gemotiveerd weigeren. 

Voorbeeld 

Berekening de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 

Factoren: 

  • aantal gefactureerde dagen in de referentieperiode: 1.403 
  • maximale aantal openingsdagen tijdens de referentieperiode: 250 
  • gemiddelde individuele aantal erkende verblijfseenheden tijdens de referentieperiode: 6 
    => 1.403 / (250 * 6) = 0,94 

Berekening compensatie voor de maand november 2020: 

  • de basistegemoetkoming voor zorg: 51,59 
  • de tegemoetkoming in de reiskosten x 30 km: 0,35 x 30 = 10,5 
  • het aantal doorgegeven openingsdagen: 19 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 0,94 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende: 6 
  • het doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën F, Fd, D of Fp: 82 
    => (51,59 + 10,5) * ((19 * 0,94 * 6) – 82) = 1.562,18 euro 

Voor dagen dat een centrum voor dagverzorging gesloten was om dienst te doen als cohortafdeling of vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt de compensatie van de tegemoetkoming voor zorg berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • basistegemoetkoming voor zorg CDV 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal gesloten dagen personeelsuitval in de maand in kwestie  
  • individuele bezettingsgraad bijkomende erkenning  
  • gemiddeld aantal verblijfseenheden bijkomende erkenning tijdens de maand in kwestie. 

Voorbeeld 

  • de basistegemoetkoming voor zorg: 51,59 
  • doorgegeven aantal gesloten dagen: 3 
  • de individuele bezettingsgraad van de bijkomende erkenning: 0,94 
  • het gemiddeld aantal erkende verblijfseenheden met een bijkomende erkenning op 14 maart 2020: 6 
    => 51,59 * 3 * 0,94 * 6 = 872,9 euro 
Hoe berekenen we de compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten van CVD tijdens de periode van verplichte sluiting?

Periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021

De compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten door de verminderde bezetting naar aanleiding van COVID-19 wordt berekend door het verschil te maken tussen de bezetting in een normale situatie en de effectieve bezetting voor de maanden oktober tot en met december 2020 te vermenigvuldigen met 18 euro en voor de maanden januari tot en met maart 2021 te vermenigvuldigen met 18,36 euro. 

De bezetting in een normale situatie wordt bepaald door de vermenigvuldiging van: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen; 

De gemiddelde dagbezetting 2019 is de gemiddelde dagbezetting van het centrum voor dagverzorging berekend op basis van de bezettingsgegevens 2019, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2019. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2019 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagverzorging pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 10 gebruikers. 

Voor de dagprijscompensatie wordt rekening gehouden de volledige effectieve bezetting van het centrum voor dagverzorging, dus met de gebruikers met afhankelijkheidscategorie O, A, F, Fd, D of Fp. 

Als voorwaarde voor deze compensatie geldt dat het via e-loket doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën O, A, F, Fd, D of Fp minstens dan 40% bedraagt van de vermenigvuldiging van  

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal openingsdagen. 

Voorbeeld berekening dagprijscompensatie voor de maand november 2020: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019: 9 gebruikers 
  • het doorgegeven aantal openingsdagen november 2020: 17 
  • het doorgegeven aantal aanwezigheidsdagen van gebruikers, ingedeeld in de afhankelijkheidscategorieën O, A, F, Fd, D of Fp: 92 
  • 18 euro. 

=>((9 * 17) – 92) * 18 = 1.098 euro 

Voor dagen dat een centrum voor dagverzorging gesloten was om dienst te doen als cohortafdeling of vanwege een gebrek aan personeel omdat alle personeel hetzij tewerkgesteld is in een alternatieve arbeid die hun werkgever bepaalt in het aanbod dat erkend, vergund of gesubsidieerd is in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, hetzij ziek is, wordt de dagprijscompensatie berekend door de vermenigvuldiging van: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019; 
  • het via het e-loket doorgegeven aantal gesloten dagen; 
  • 18 euro voor de maanden oktober tot en met december 2020, 18,36 euro voor de maanden januari tot en met maart 2021. 

Voorbeeld berekening compensatie voor de maand november 2020: 

  • gemiddelde dagbezetting 2019: 9 gebruikers 
  • het doorgeven aantal gesloten dagen: 5 
  • 18 euro. 

=> 9 * 5 * 18 = 810 euro 

Hoe berekenen we de compensatie voor de gederfde dagprijsinkomsten van CDO tijdens de periode van verplichte sluiting?

Tijdens de periode van 14 maart 2020 tot en met 24 mei 2020 waren de centra voor dagopvang verplicht gesloten. De centra voor dagopvang ontvangen hiervoor een compensatie van de basistegemoetkoming voor zorg ontvangen op 2 juni 2020.

De tegemoetkoming voor gederfde dagprijsinkomsten ingevolge de sluiting is het resultaat van de vermenigvuldiging van:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018;
  • het aantal gesloten dagen;
  • 3,5 euro.

Het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018 is het gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag berekend op basis van de bezettingsgegevens 2018, ingediend via het e-loket in het kader van de werkingssubsidies 2018. Hierbij wordt het totaal aantal gefactureerde uren per centrum voor dagopvang voor het jaar 2018 gedeeld door 250. Indien het agentschap geen bezettingsgegevens 2018 beschikbaar heeft omdat het centrum voor dagopvang pas later werd erkend, wordt dit bepaald op 18 uren.

Voorbeeld berekening compensatie:

  • gemiddeld aantal gefactureerde uren per dag 2018: 23 uren
  • het voorlopig aantal gesloten dagen: 45
  • 3,5 euro

=> 23 * 45 * 3,5 = 3.622,5 euro

U vraagt om maandelijks het 'aantal aanwezigheidsdagen' in het centrum voor dagverzorging in het e-Loket in te geven. Hoe?

U wordt verzocht in het e-Loket de som van het aantal aanwezigheidsdagen van alle gebruikers door te geven, ingedeeld per afhankelijkheidscategorie voor de afgelopen periode. 
 
U telt dus voor elke dag van opening het aantal aanwezige gebruikers per afhankelijkheidscategorie O, A, F, Fd, D of Fp. U telt vervolgens per afhankelijkheidscategorie de gegevens van alle dagen in de betreffende maand op en geeft dit cijfer per afhankelijkheidscategorie door in het e- Loket. 

Gebruikers die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig waren in het CVD ook meerekenen in het 'aantal aanwezigheidsdagen'?

U dient gebruikers die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig waren in het centrum voor dagverzorging mee te tellen voor het aantal aanwezigheidsdagen. In normale omstandigheden kan voor een gebruiker die een bepaalde dag minder dan 6 uur aanwezig is geen basistegemoetkoming voor zorg worden gefactureerd. Voor deze gebruiker is er dus ook geen compensatie van de basistegemoetkoming voorzien.  Er is ook geen compensatie van de dagprijs voor deze gebruiker aangezien de dagprijs door het centrum voor dagverzorging wordt aangerekend aan de gebruiker zelf. 

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS?

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS? De werkelijk gefactureerde dagen in referentieperiode? Of moet er ook rekening gehouden worden met de verminderde bezetting of dagen van sluiting? 

Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in RaaS door te geven. 

Welke gefactureerde dagen dienen we door te geven in RaaS voor een periode van sluiting?

Enkel de effectief gefactureerde ligdagen dient u in Raas door te geven. Tijdens de periode van sluiting waren er geen gebruikers en dus ook geen facturatie, bijgevolg brengt u voor deze periode niets in wat betreft de gefactureerde dagen. 

Let wel: de prestaties van het normpersoneel CDV dient u tijdens de sluitingsperiode in Raas wél te blijven opgeven bij het CVD ook al zijn de medewerkers tewerkgesteld in een ander zorgcircuit. 

REVALIDATIE/GGZ

De richtlijnen voor COVID-19 binnen de revalidatievoorzieningen en residentiële/ambulante GGZ- voorzieningen vind je terug op de webpagina Richtlijnen voor zorgprofessionals.  

Hoe verhoudt de maatregel van 17 juli zich tot de eerdere richtlijnen en adviezen rond de social distance van 1,5 meter?

De Taskforce COVID-19 besliste op 17 juli dat het personeel dat in contact komt met zorggebruikers steeds een chirurgisch mondneusmasker moet dragen tijdens de volledige aanwezigheidsduur. Het personeel draagt in alle gevallen een mondneusmasker bij de begeleiding van +12-jarigen. Bij -12-jarigen wordt een mondneusmasker gedragen indien het kind, omwille van medische redenen, als kwetsbaar voor COVID-19 kan beschouwd worden.  

Medewerkers die geen contact hebben met zorggebruikers moeten een mondneusmasker (textiel of ander) dragen bij verplaatsingen binnen de voorziening of contacten met andere medewerkers, zorggebruikers en/of begeleiders.  

Deze maatregel komt bovenop de basisregels over social distance. 

Is het dragen van een mondneusmasker ook verplicht als de contacten met zorggebruikers plaatsvinden achter een plexiglasscherm?

Wanneer er gesprekken zijn met zorggebruikers achter plexiglasschermen is het niet nodig om een mondneusmasker te dragen. Van zodra men zich door de voorziening beweegt, moet dit uiteraard wel en men kan de mondneusmaskers pas afzetten wanneer iedereen al zit op de plaats waar men gescheiden is door plexiglas. De ruimte zelf moet ook nog steeds goed geventileerd worden.  

Is het, gezien de tweede golf, mogelijk om al onze zorggebruikers en personeelsleden (opnieuw) te testen?

Een collectieve (her)testing van personeel en zorggebruikers gebeurt momenteel niet. Er dient een concrete aanleiding te zijn (bv. een positieve zorggebruiker/personeelslid). Elke persoon die mogelijke symptomen vertoont, wordt wel best zo snel mogelijk getest. De draaiboeken contactonderzoek COVID-19 in de verschillende voorzieningen vind je terug op onze website

Wat doet men met personeelsleden die uit steden/gemeenten komen met een hoge graad van besmetting? Verplicht laten telewerken?

In principe kan elke vorm van individuele begeleiding en groepsactiviteiten doorgaan mits inachtname van de algemene hygiënemaatregelen. Face-to-face contacten blijven de standaard. Alternatieve begeleidingsmethodieken zijn een waardevol alternatief in situaties waarbij dit door de zorggebruiker expliciet als meerwaarde ervaren wordt. 

In overleg met de lokale autoriteiten kan besloten worden om over te gaan naar enkel alternatieve begeleidingsmethodieken (zodat de dienstverlening aan de zorggebruikers gegarandeerd blijft). Maar indien medisch of therapeutisch aangewezen is, kunnen face-to-face contacten en groepsactiviteiten blijven doorgaan. De behandelend arts oordeelt hierover. 

BESCHERMINGSMATERIAAL

Vindt u geen antwoord op uw vraag? Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be.

Hoe zit het met de voorraad beschermingsmateriaal?

Door de wereldwijde uitbraak van het coronavirus zijn persoonlijk beschermingsmaterialen zoals mondmaskers, schorten, handschoenen en handontsmettingsmiddelen schaars. De Vlaamse en federale overheid plaatsten bijkomende bestellingen om de extra noden op te vangen. Die dienen ter aanvulling op de voorraden die de voorzieningen normaal zelf aankopen bij hun reguliere leveranciers. 

De Vlaamse overheid zal tijdelijk nog de bevoorrading van persoonlijke beschermingsmaterialen garanderen. De komende weken zullen er chirurgische mondmaskers en handalcoholgel geleverd worden aan alle zorgvoorzieningen die onder Vlaamse bevoegdheid vallen en door de Vlaamse overheid erkend en gefinancierd worden. Beschouw dit als een noodoplossing en maak er alleen gebruik van als u via de normale kanalen onvoldoende materialen tegen een redelijke prijs kan aankopen.

Wie krijgt wel een mondmasker?

De chirurgische en de respiratoire (FFP2) mondmaskers worden voorbehouden voor zorgverleners

Elke zorgaanbieder is belangrijk in de bestrijding van COVID-19. Gezien de schaarste aan mondmaskers worden er prioriteiten gesteld in de verdeling ervan. Vraag dit bij je voorziening of beroepsorganisatie.  

Voor de verdeling van persoonlijk beschermingsmateriaal is – ook door de schaarste - een lijst met prioritaire groepen (zie hieronder) in de zorg uitgewerkt. Deze lijst is door de overheden in dit land opgesteld op basis van de input van wetenschappers en experten. De prioriteit wordt bepaald door te kijken of het zorgpersoneel procedures uitvoert of bijwoont waarbij er mogelijke overdracht van druppels is of nauw contact is met mogelijke of bevestigde COVID-19 patiënten. 

De prioritaire groepen zijn: 

  • De zorgverleners van COVID19-eenheden, zorgverleners van triagecentra, personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, enz.). 
  • Eerstelijnszorgverleners die besmette of mogelijk besmette personen verzorgen: 
    • Huisartsen 
    • Thuisverpleegkundigen 
    • Alle andere zorgverleners 
  • Begrafenisondernemers en personeel van een mortuarium. 
  • Laboratoriumpersoneel dat met ademhalings- en spijsverteringsstalen werkt. 

Daarna: 

  • Ambulancepersoneel van niet-COVID-19-ambulances. 
  • Alle gemeenschappen. 

De Vlaamse overheid staat in voor de levering van mondmaskers voor personeel dat verantwoordelijk is voor de zorg van mogelijke besmette of besmette personen in woongemeenschappen (woonzorgcentra, psychiatrische verzorgingstehuizen), thuiszorg en thuisverpleging, revalidatievoorzieningen. Voor vragen hierover kunt u mailen naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be. Voor vragen over beschermingsmaterialen voor VAPH-voorzieningen kunt u terecht op avf@vaph.be of 02 249 36 66.   

We vragen ook dat iedereen de aanbevelingen van Sciensano volgt. Deze instructies hebben als doel het rationeel gebruik van medische maskers en andere beschermingsmiddelen te bevorderen. 

Wie heeft al mondmaskers ontvangen?

De Vlaamse overheid heeft sinds maart ongeveer 10 miljoen chirurgische maskers verdeeld over alle sectoren waarvoor ze bevoegd is (bijna 3000 voorzieningen en organisaties).

De maskers werden prioritair bezorgd aan de residentiële voorzieningen waar kwetsbare mensen worden opgevangen:

  • de woonzorgcentra, 
  • centra voor kortverblijf en herstelverblijf
  • revalidatieziekenhuizen en andere residentiële revalidatievoorzieningen
  • psychiatrische verzorgingstehuizen en initiatieven beschut wonen
  • erkende voorzieningen voor personen met een handicap
  • gemeenschapsinstellingen in de jeugdzorgjeugdhulpvoorzieningen met een ziekenboeg
  • instellingen voor bijzonder onderwijs
  • de CAW’s voor daklozenopvang.  

Ook de ambulante zorg werd voor dringende behandelingen (diensten gezinszorg, ambulante verslavingszorg, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve zorg) en in het kader van de heropstart van de werking (CGG, ambulante revalidatie, diensten maatschappelijk werk,…) door ons bevoorraad met materialen.

We voorzien ook materialen voor nieuwe initiatieven in het kader van de coronacrisis zoals de cohortzorg in de thuiszorg en de opvang van kinderen van zieke ouders.

Zal de Vlaamse overheid materialen blijven voorzien?

Intussen heeft de markt zich grotendeels hersteld en zijn mondmaskers en handalcoholgel weer vlot verkrijgbaar. De eerste helft van juni gebeurt er nog een laatste levering van mondmaskers zodat alle voorzieningen tot eind juni ’20 voldoende voorraad hebben. Vanaf juli worden de zorgvoorzieningen verondersteld zelf in te staan voor de aankoop van de materialen. 

De Vlaamse overheid zal tijdelijk nog de bevoorrading van persoonlijke beschermingsmaterialen garanderen. De komende weken zullen er chirurgische mondmaskers en handalcoholgel geleverd worden aan alle zorgvoorzieningen die onder Vlaamse bevoegdheid vallen en door de Vlaamse overheid erkend en gefinancierd worden. Beschouw dit als een noodoplossing en maak er alleen gebruik van als u via de normale kanalen onvoldoende materialen tegen een redelijke prijs kan aankopen.

Leg een voldoende grote eigen voorraad aan van alle materialen om een eventuele nieuwe uitbraak aan te kunnen. Hou bij het plaatsen van bestellingen rekening met de levertermijnen. Hebt u geen vaste leverancier voor deze materialen, sluit u dan aan bij de initiatieven van de verschillende koepels om via een aankoopcentrale materialen te kopen.

Hoe wordt het materiaal in Vlaanderen verdeeld?

Voor de distributie van mondmaskers en andere PBM aan de erkende voorzieningen en organisaties werkt de Vlaamse overheid samen met externe partners. Grote leveringen gebeuren door een transportfirma, kleinere hoeveelheden worden door Bpost of een koerier geleverd. De voorzieningen krijgen van ons rechtstreeks een bericht hierover.

Waar kan ik met vragen over beschermingsmateriaal terecht?

Bij vragen over voorraad, tekorten, verdeling, levering...van beschermingsmaterialen kunt u contact opnemen met de volgende organisaties: 

Voorzieningen of organisaties die onder de bevoegdheid vallen van Zorg en Gezondheid Mail naar beschermingsmiddelen@vlaanderen.be
Voorzieningen voor personen met een handicap Mail naar avf@vaph.be of bel naar 02 249 36 66.
Gemeenschapsinstellingen voor jeugdzorg Mail naar corona@opgroeien.be.
Onderwijsinstellingen Raadpleeg de contactgegeven op Onderwijs Vlaanderen
Ziekenhuizen, triagecentra en zorgverstrekkers in de eerste lijn (artsen, tandartsen, apothekers, vroedvrouwen,…)  Meld online tekorten aan materiaal
Andere vragen: mail naar coronashortages@fagg-afmps.be
Vragen bij de levering van mondmaskers aan verpleegkundigen en zorgkundigen Mail naar gbbu-covidrequests@health.fgov.be
Zorgt de overheid voor een strategische stock?

De Vlaamse overheid legt een strategische stock aan van materialen om een eventuele nieuwe opflakkering met mogelijke tekorten op de markt te kunnen opvangen. Het is wel de bedoeling dat elke voorziening en organisatie zelf voldoende voorraden aanlegt. De strategische stock van de overheid dient als noodvoorraad in geval van ernstige verstoring van de markt.

Kan ik bij schaarste een mond(neus)masker langer/meerdere malen gebruiken?

De Hoge Gezondheidsraad laat toe dat mondmaskers, hoewel ze normaal gezien voor eenmalig gebruik zijn, omwille van de schaarste, langer gebruikt worden. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:  

  • Voor een periode van 8 uren, ongeacht de opeenvolging van interventies, zonder naar buiten te gaan.
  • Mag dus met dat doel bijgehouden worden (rond de hals) maar nooit in de zak.
  • Mag voorlopig bewaard worden op een plaats zonder besmettingsgevaar (bv. in een geïndividualiseerde papieren omslag of in een uitwasbare gepersonaliseerde bak).  
  • Mag nooit aan de voorzijde aangeraakt worden.
  • Moet onmiddellijk verwijderd worden zodra zichtbaar vuil. 
  • Gezien deze uitzonderlijke situatie is de strikte toepassing van de officiële aanbevelingen inzake handhygiëne daarbij onontbeerlijk. 

Meer info

Wanneer draag ik een mond(neus)masker?

Het dragen van (stoffen) mondmaskers speelt een belangrijke rol bij de versoepeling van de maatregelen. Lees meer over het dragen van mondmaskers op www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker.

Hoe kan ik mij beschermen tijdens de verzorging van een patiënt besmet met COVID-19?

Het personeel dat een patiënt verzorgt die (vermoedelijk) besmet is met COVID-19  draagt volgende persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM): 

  • een chirurgisch mondneusmasker
  • niet-steriele handschoenen 
  • wegwerpschort met lange mouwen en
  • een spatbril of gezichtsscherm. 

De zorgverlener moet het aanraken van zijn gezicht, ogen of mond met (gehandschoende) handen vermijden. Indien mogelijk draagt de cliënt of bewoner tijdens de verzorging ook een chirurgisch mondneusmasker.

Meer info

Hoe gebruik ik persoonlijke beschermingsmiddelen?
Hoe kan ik me beschermen tegen het coronavirus COVID-19?
  • Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding

  • Moet je hoesten? Doe dat in een papieren zakdoekje of in de binnenkant van je elleboog. 

  • Gebruik papieren zakdoekjes bij het niezen of snuiten en gooi ze weg in een afsluitbare vuilbak. 

  • Vermijd om handen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog. 

  • Blijf zeker thuis als je ziek bent. Ga niet naar het werk! 

  • Vermijd zelf nauw contact met zieke personen. 

  • Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. 

  • Hou minstens 1,5 meter afstand 

Je vindt dit ook terug op de affiches en in het filmpje van Zorg en Gezondheid. 

Hoe zit het met zelfgemaakte maskers?

Zelfgemaakte stoffen maskers zijn geen medische maskers en zijn inferieur aan chirurgische maskers. In het kader van een tekort aan medische maskers kunnen zij wel gebruikt worden, onder meer in zorginstellingen door het personeel dat niet betrokken is bij de verzorging van patiënten (bv. administratief personeel, technisch personeel, personeel van het laboratorium, personeel van de onthaalbalie dat geen rechtstreeks contact heeft met patiënten, enz.).  

Als er geen chirurgische maskers beschikbaar zijn, kunnen patiënten met een mogelijke of bevestigde COVID-19 en geïsoleerd in hun woning, ook zelfgemaakte maskers - gemaakt uit stof of linnen - gebruiken. Hierdoor beschermen ze hun directe omgeving. Desnoods kan de patiënt gebruik maken van een sjaal of een andere doek. Die voorwerpen moeten wel dagelijks worden gewassen op 60°C. Lees de instructies voor het maken van 'home made' mondmaskers.

Meer info over mondmaskers: www.info-coronavirus.be/nl/mondmasker/

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor mondmaskers (leveranciers)?

U vindt de conformiteitseisen voor FFP2 en FFP3-mondmaskers op de website van de Federale Overheidsdienst Economie

Enkele aandachtspunten: 

Voor de chirurgische maskers neemt u best contact met het Federaal Geneesmiddelenagentschap via coronashortages@fagg-afmps.be

Waar vind ik informatie over de conformiteitseisen voor desinfecterende handgels (leveranciers)?

We krijgen af en toe vragen van bedrijven die hun productie wensen om te schakelen. 

Wegens de coronacrisis is het mogelijk om voor alcoholische handgels een afwijking te vragen volgens artikel 55 van de BPR (Biocidenverordening), indien aan alle voorwaarden van dat artikel is voldaan, d.i. “indien die maatregel noodzakelijk is wegens een niet op andere wijze te bestrijden gevaar voor de volksgezondheid, de gezondheid van dieren of het milieu”. 

Stuur dit verzoek naar de dienst biociden van de federale overheidsdienst leefmilieu via covid19.gestautor@health.fgov.be. Verwijs daarbij naar artikel 55 van de BPR en voeg de volgende documenten toe: 

  • de volledige samenstelling van het product;
  • een voorstel van etiket; 
  • een veiligheidsinformatieblad (VIB); 
  • een schatting van de voorraden beschikbaar voor de Belgische markt. 

De WHO adviseert het gebruik van een hydro-alcoholische oplossing met een alcoholconcentratie van meer dan 70% om het COVID-19-coronavirus te bestrijden. Een tijdelijke toelating voor een product dat minder dan 70% alcohol bevat, kan niettemin alleen bij de autoriteiten worden aangevraagd voor zover de onderneming de doeltreffendheid van de eindsamenstelling tegen virussen kan aantonen door middel van werkzaamheidstests (EN 14476). 

Na onderzoek van het dossier en indien het ontvankelijk wordt verklaard, verlenen de overheden een tijdelijke toelating voor het in de handel brengen en het gebruik van dit product voor een periode van maximaal 180 dagen. 

Tegelijkertijd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het op de markt brengen van dit product, gevraagd om zo snel mogelijk een aanvraag voor registratie in te dienen de FOD Volksgezondheid

Wie kan me helpen wanneer ik geen materiaal meer heb?

De productie en levering van chirurgische mondmaskers en handalcohol is weer op peil. De voorraden van sommige andere materialen zijn nog beperkt, daar moet u dus nog spaarzaam mee omgaan.   

De Vlaamse overheid plaatste bestellingen voor mondneusmaskers en andere persoonlijke beschermingsmaterialen. Chirurgische mondmaskers werden aan alle voorzieningen erkend door de Vlaamse overheid geleverd. Andere materialen kunnen tijdens een uitbraak en bij acute tekorten worden aangevraagd bij beschermingsmiddelen@vlaanderen.be (voor voorzieningen erkend door Zorg en Gezondheid).  

SCHAKELZORGCENTRA

Meer informatie over schakelzorgcentra vindt u in het pdf bestandDraaiboek schakelzorgcentrum - versie 1.6 (883 kB).

Met vragen kan u terecht op eerstelijn@vlaanderen.be.  

NUTTIGE INFO VOOR ALLE SECTOREN
Wat moet men doen als een zorggebruiker/personeelslid/bezoeker terugkomt uit een rode of oranje zone in het buitenland?

Voor een groene zone stelt zich geen probleem.

Als iemand (personeel, zorggebruiker of bezoeker) uit een rode zone terugkomt, dan geldt de verplichte quarantaine en testing. Men kan dan dus niet naar het werk of op bezoek.  

Alle andere terugkeerders (uit een oranje of groene zone) die in de 14 dagen voorafgaand aan het bezoekmoment of aan de dag van werkhervatting géén symptomen vertoonden, kunnen aan het werk of op bezoek. Uiteraard mits respect voor alle geldende hygiënemaatregelen.

Voor de opname van nieuwe bewoners in een woonzorgcentrum (ook bij heropname na lange afwezigheid) gaan we altijd uit van een testing voorafgaand aan de opname, tenzij uit overleg tussen de collectiviteit en het ziekenhuis blijkt dat een test niet noodzakelijk is. 

Moeten wij als voorziening zelf voortdurend de graad van besmettingen in onze regio volgen of licht de lokale overheid ons in?

Zoals staat opgenomen in de lokale draaiboeken is hierin een sleutelrol weggelegd voor de lokale besturen. Indien er een alarmerende situatie is, wordt er vanuit het team Infectieziekten binnen het agentschap Zorg en Gezondheid contact opgenomen met het lokale bestuur. Afhankelijk van de grootte van het aantal besmettingen zullen er aangepaste maatregelen komen vanuit de eigen regio. Als voorziening kan je, indien je dit wenst, zelf contact opnemen met de noodplanning van het lokale bestuur.