Bijkomende reactie op reportage Pano: werkomstandigheden en inhoudelijke kritiek

  • 11 februari 2021

In de Pano-reportage “het spoor bijster” van woensdag 10/02 getuigt een anonieme ex-medewerker van de callcentra over onveilige werkomstandigheden bij het contactonderzoek. We wensen ook nog in te gaan op de inhoudelijke kritiek op de werking of kwaliteit van het contactonderzoek.

Een veilige inrichting van de werkplek is een verantwoordelijkheid van de werkgever. Uiteraard vindt Zorg en Gezondheid het heel belangrijk dat ook de medewerkers van het contactonderzoek volgens de juiste richtlijnen werken.

Zorg en Gezondheid heeft zelf verschillende keren de call centra bezocht en heeft nooit kunnen vaststellen dat de medewerkers niet op een coronaveilige manier zouden werken. Afstandsregels worden gerespecteerd in de plaatsing van de werkposten, handhygiëne wordt toegepast, na opleiding worden mogelijkheden tot thuiswerk benut. Niettemin heeft Zorg en Gezondheid naar aanleiding van de anonieme getuigenis in Pano de callcentra om verantwoording  gevraagd. 

De callcentra hebben ons aangetoond dat meerdere arbeidsinspecties hebben plaatsgevonden op de werklocaties. Daar werden geen ernstige inbreuken op de coronamaatregelen vastgesteld. Wij zien dus geen grond die de bewering in de Pano-reportage staven.

Ook op dit punt vindt Zorg en Gezondheid het niet correct dat Pano aan de werkgever van de getuige niet de kans heeft gegeven de aantijgingen te weerleggen en zelf niet heeft onderzocht of de aantijgingen wel juist of representatief zijn.

We wensen ook nog in te gaan op de inhoudelijke kritiek op de werking of kwaliteit van het contactonderzoek.

Het contactonderzoek is na een moeilijke start op korte tijd sterk verbeterd in de zomermaanden. Het contactonderzoek is zowel op vlak van bereik, snelheid als het verzamelen van contacten zeer performant. Meer dan 300.000 indexpatiënten zijn bereikt, bijna 700.000 contacten van besmette personen zijn verzameld en op hun beurt gecontacteerd.

Elke patiënt die het contactonderzoek opbelt of bezoek, elke contactpersoon die het contactonderzoek spreekt om te verwijzen naar een testcentrum en de quarantaine op te leggen, is een extra rem op de verspreiding van het virus. Ook tijdens de tweede golf slaagde het contactonderzoek erin alle patiënten te blijven opbellen. Deze volume-indicatoren zeggen dus wel degelijk iets over de kwaliteit van het contactonderzoek. De snelheid waarmee het contactonderzoek patiënten en contactpersonen bereikt, een belangrijke kwaliteitsparameter, valt niet te evenaren. De cijfers zijn elke week terug te vinden op de website van Zorg en Gezondheid.

Het is niet mogelijk precies te meten hoeveel besmettingen het contactonderzoek heeft vermeden. De impact van het contactonderzoek valt immers niet af te zonderen van de impact van andere maatregelen zoals het dragen van mondmaskers, de avondklok, stilleggen van activiteiten, beperken van contacten enzoverder. Het grote en snelle bereik van het contractonderzoek draagt wel degelijk bij tot het vertragen van virusverspreiding

Dat neemt niet weg dat verbeteringen continu nodig blijven. Binnen het interfederale comité testing en tracing wordt voortdurend geëvalueerd waar het contactonderzoek enerzijds aangepast moet worden aan nieuwe richtlijnen en maatregelen en anderzijds waar verdere verbeteringen kunnen ingevoerd worden in de werkwijzen en de IT. Beter clusteronderzoek en casemanagement bijvoorbeeld staan al op de planning.

Heel wat verbeteringen zijn al gerealiseerd:

  • Er is systeemtechnisch een enorme vooruitgang geboekt. Het systeem zoals het vandaag de dag werkt, is niet te vergelijken met het systeem dat bij de opstart werd ontwikkeld. Hierdoor worden vandaag veel meer mensen bereikt, en worden mensen sneller bereikt.
  • Contactonderzoek is stap voor stap uitgebreid, met onder andere vragen over waar mensen  geweest zijn en over de vermoedelijke bron van besmetting.
  • Bron- en clusteronderzoek is altijd parallel gebeurd door de gezondheidsinspecteurs van Zorg en Gezondheid. Die zijn in het najaar van 2020 ook versterkt met extra collega’s.
  • Bron- en clusteronderzoek is ook verder verstrekt met lokaal bron- en clusteronderzoek door de zorgraden en de lokale besturen. Lokale-centrale samenwerking is sterk uitgebouwd zodra het centrale systeem in de zomermaanden sterk verbeterd was.
  • Zowel de gezondheidsinspecteurs als de lokale initiatieven kunnen voor hun onderzoek een beroep doen op de data uit het contactonderzoek, die continu ontsloten wordt via de ZorgAtlas, het datadeelplatform van Zorg en Gezondheid.
  • Inzichten over bron- en clusteronderzoek worden wekelijk gedeeld met Sciensano, het epidemiologische Instituut van België, die de gegevens verwerkt in zijn rapporten. Sciensano heeft als beheerder van de data uiteraard ook zelf toegang tot de data uit het contactonderzoek om eigen analyses te doen.
  • Transmissieketens kunnen wel degelijk in kaart gebracht worden. Dergelijke analyses werden reeds uitgevoerd en gepresenteerd in de Vlaamse stuurgroep contactonderzoek, de resultaten staan op de website van Zorg en Gezondheid.